Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

voor zijn geliefde plechtig te oreeren, en hij betuigde haar zijn achting en zijn geloof in haar deugd en eerbaarheid.

Roerloos en met roodgeweende oogen lag Maria op haar ledikant. Om zich te verluchten, had zij haar japon en corset wat losgehaakt en een harer naakte borsten was onbeschroomd uit de lage keurs te voorschijn gekropen. De schilder kon zijn blikken niet afwenden van deze plek. Maar zijn handen klemde hij samen op den rug, en plechtig betuigde hij Maria zijn achting en zijn geloof in haar deugd en eerbaarheid.

Midden in een zin werd hij onderbroken door zijn minnares. Zij had haar kalmte herwonnen en sprak thans met een matte, moedelooze stem.

„Het is genoeg, Willem!" zeide zij. „Probeer niet de waarheid te verbloemen! Ik weet, dat ik een deerne ben. Erica heeft gelijk en ik zal haar vergiffenis vragen."

Verschrikt door zulk een zelfverwijt, wilde de kunstenaar antwoorden. Snel trad hij nader en smeekend strekte hij de armen uit, zoodat zijn vingers de ontbloote borst beroerden. Een verontwaardiging doorhuiverde de liggende gestalte. Zooals een beleedigde vorstin, die zich enkel nog in gebaren kan uiten, kwam ze overeind en wees den aanrander de deur. Hij aarzelde een oogenblik, dan verwijderde hij zich langzaam en met gebogen hoofd.

(Wordt vervolgd).

Sluiten