Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET AVONTUUR VAN MEVR. VAN HOOVEN

„Ja," antwoordde mevrouw van Hooven kort. „Ik wil een tocht van een paar dagen maken, maar niet met den Chandler of den Renault. Ik wil den Ford nemen, die is geschikter voor mijn doel."

„Ik zal 'm nog even nazien," zeide de jonge man en liep naar de box waar de Ford stond. Na den motor geïnspecteerd, het benzinereservoir gevuld en den afkoeler aan een onderzoek onderworpen te hebben, keurde hij den wagen goed.

„Geef me jouw rijbewijs?" verzocht mevrouw, „jij hoeft deze dagen toch niet te rijden."

Hendrik durfde niet te protesteeren, hoewel hij dit heelemaal geen prettig bevel vond. Maar hij had een goede betrekking, die hij gaarne behield, dus haalde hij het rijbewijs uit zijn zak en gaf het aan zijn „mevrouw".

„Dank je Hendrik, ik ben over een paar dagen weer terug," zeide mevrouw van Hooven.

Ze stapte energiek in den wagen, zette den motor aan en reed kalm en correct de oprijlaan uit.

De chauffeur keek haar na. „Ik hoop niet dat ze ongelukken maakt, want dan komt het voor mijn rekening," mompelde hij en dacht aan zijn rijbewijs.

Mevrouw van Hooven was in 't minst niet van plan ongelukken te maken, ze wilde iets beleven en had een vasif plan. De auto moest haar helpen. Een auto was voor zooveel vrouwen een goede vriend geweest, waarom dan niet voor haar?

Ze reed haar wagen naar het station en nam naast een rij andere auto's een standplaats in. De taxi-chauffeurs keken eerst een beetje sip, maar toen Julie kalm een krant te voorschijn haalde en begon te lezen, hervatten ze hun gesprek. Julie luisterde goed, „ik moet een beetje hun „jargon" kennen, dacht ze.

Na een tijdje begon de chauffeur naast haar. „Zeg, hallo, heb je vergunning?"

„Ja, wat dacht je," bromde mevrouw van Hooven met nijdige basstem, „m'n baas heeft vergunning, ik haal een klant."

Sluiten