Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM KLOOS EN WIJ

met de eerste vervoeringen, waarin de Hollandsche dichtkunst ons bracht. Het was niet Perk met z'n knap-gebouwde, over-gevoelige sonnetten, die ons in verrukking bracht, het waren ook niet Albert Verwey en Frederik van Eeden, maar het was Willem Kloos, die ons het meest nabij stond. In wiens werk wij ons-zelf terugvonden, aan wiens werk wij

genazen. En het was na Willem Kloos, Herman Gorter

Ik heb mij nu weer in dit werk verdiept en zie, dit is toch wel het wonder van alle waarachtige kunst: de verzen, die mij ook toen het liefste waren, hadden nog niets van hun kracht en stralend glanzen ingeboet:

»Ik heb u lief, als droomen in den nacht, die, na een eindloos heil van éénen stond, bij de eerste schemering voor immer vloön, —

als morgen-rood en bleeke sterren-pracht, iets liefs, dat men verloor en niet meer vond, als alles, wat héél ver is en héél schoon.«

Tusschen die eerste ontmoeting en thans liggen jaren, die eerder geschikt waren om den invloed van Kloos te niet te doen dan wel dien te verdiepen. Jaren, die den geest andere wegen deden gaan en die hem er tenslotte toe brachten het ideaal der 80-gers te zien als een zeer beperkt ideaal. Ik zou niet gaarne voor alle manifesten, programma's, essay's, studies enz. enz. rondom dit vraagstuk geschreven, mijn hand in het vuur steken en van vele dezer schrifturen geloof ik, dat zij ontstonden uit een vergeeflijken drang naar iets anders, maar een drang die niet wist — en nu nog niet weet menigmaal! — op welk doelwit hij zich richtte. Het is het goed recht van elke generatie, om een vorige generatie te bestrijden, maar wellicht was het nimmer zoo weinig redelijk. Het valt hard om tot deze erkenning te komen, maar dat ik daardoor een groot dichter vollediger zal kunnen waardeeren, maakt véél goed.

Wat wilden de 80-gers? Het werd al dikwijls genoeg om-

Sluiten