Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN TERUGGANG?

schoonheid bevatten zou, het puurste, het meest tijdelooze

of buitentij dsche « Uit dit citaat blijkt, dat Coster hier

van een ander beginsel uitgaat dan in zijn opstel in »De Nieuwe Europeesche Geest in Kunst en Letteren«. In zijn »De Ontwikkeling enz.« spoort Coster naar de motieven der literaire werken. Doch aan zijn jongste werk ligt een ander beginsel ten grondslag, met name gaat het hier om de schoonheidswaarde. Hier komt Coster dus op het gebied van de literaire critiek, der kunst n.1. om de schoonheid van een zeker kunstwerk te bepalen.

De literaire critiek nu is nog geen wetenschap, die met begrippen werkt, wier inhoud vaststaat. Exacte, mathematische vaststelling, dat een kunstwerk inderdaad kunst is, kan dus nog niet worden gegeven. Een enkel sprekend voorbeeld door Van Deyssel gegeven: »Neem dezen regel eens, waarin één van Kloos zijn sonnet-verheffingen ten einde vloeit: »Als alles wat héél ver is en héél schoon.« Men weet, dat als er stond: »Als alles wat zéér ver is en zéér schoon« de regel heel zijn leven heeft verloren. Nu kan men dit van buiten af wel eenigszins verklaren door zijn indruk na te gaan en zeggen: 't woordje «heel» is zacht van klank en «zeer» is hard; «heel» is bekoorlijk door natuurlijkheid, «zeer» is wijsneuzig deftig en in deez' regel waar een liefdeklacht ten einde droomt zoo als eens verren wandelaars avondlied versterft, klinkt het woordje «heel» alleen. Maar dit is niet met indringend bewijs verklaren, hoe het wezen zelf der dichtkunst van dit verschil afhankelijk is. Bewijzen, waarom 't eene poëzie is en 't andere niet, en hoe de kèrn der dichtkunst is dat dit zoo is, dat waar een regel stellen der fantastica« x). Nu heeft Van Deyssel zich dit vraagstuk over de klank-expressie, die nog maar een onderdeel is der Fantastica, zoo ingedacht. »het wezen van het vermogen des gehoors verstandelijk, auto-analytisch, binnen te dringen, er zoo de samenstelling en de wetten van te leeren kennen, eene intellektueele anatomie daarvan, die vergeleken kan worden bij de fysiologische

Lod. v. Deyssel, »Lyrisch en Verhalend Proza etc.«, p. 83

Sluiten