Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN TERUGGANG?

volgens hem een tweede Renaissance. En van 1780 af hebben de menschen voortdurend zichzelf omgevormd. Er komt een andere levenshouding, wereldbeschouwing, als men wil. Er ontstaan groote en nieuwe scholen van «denken en dichten». »De Duitsche Romantiek, en philisophie, de Engelsche poëzie, het Fransche psychologische proza, de wetenschap en de techniek — en daarnaast de Fransche revolutie en de langdurige strijd om grondwet en vrijheid, die over alle landen zich voortplantte, overal woelingen wekkend, waarin het eerste socialisme geboren werd — dit alles te samen was een nieuwe, en nog geweldiger ontdekkingstocht door het gebied der menschelijke geest dan de eerste Renaissance was geweest, — het was feitelijk de bekroning dier eerste Renaissance, en tevens de verdieping harer tragiek en haar suprème crisis.« (p. LXXXV). In dat geestelijke proces verliest de mensch zijn God, en wordt zelfgenoegzaam, en zij, die dat niet kunnen volhouden, zoeken naar een nieuweren God, hetzij daarbuiten, of binnen in zichzelf. En »dit alles, dit heele sociale en metaphysische drama der 19e eeuw, uit wiens gloeiende wrijvingen de geesten van Ibsen en van Dostojevski, van Stendhal en Baudelaire, van Kant en Hölderlin, van Tolstoy en Nietzsche ontstonden, — was

aan Nederland voorbijgegaan « En nu is het volgens

Coster die geestelijke ontwikkeling, die door de De Nieuwe Gids wordt overgedaan, in versneld tempo, binnen den korten tijd van 25 jaar. Kloos en Gorter zijn dat werk begonnen, Kloos zou halverwege bezweken zijn, en Gorter in disharmonieën vervallen. Doch anderen zetten het werk voort en voleindigen het: Henr. Roland Holst, Boutens, Leopold. Het zijn 2 perioden, n.1. die van 1880 en 1910, «waarin een gansch groei-proces zich in het kort weerspiegelt: de herontdekking van de buitenwereld en het bewust worden van een nieuwe en nieuw-besnaarde Ik — en ten tweede en daarna: de bezinning over de dingen en de verwijding van dit Ik tot de Menschheid of tot een buitenwereldsche persoonlijkheid. De stijging dus van prachtig zinnen-dier tot tragische menschelijkheid —

Sluiten