Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN TERUGGANG?

of om het korter nog te zeggen: van de natuur tot den geest, van natuurlijk en richtingloos Zijn tot zielshevig wezen.« En Coster gaat voort, het geestelijk proces te beschrijven dat zich hier, in analogie met het overige Europa, voltrokken heeft: »De aanvang was niets dan natuur en haar bittere of jubelende zelfgenoegzaamheid — maar reeds in het volgende geslacht schiep de dichter zichzelf de vervulling van zijn tekort, hij schiep zichzelf de bovenpersoonlijkheid of het boven-persoonlijk ideaal, dat hij opnieuw God durfde noemen.« Dat is dus de groei van den Nederlandsche geest na 1880. Wij weten nu, welke elementen de poëzie na 1880 bevat. Wij kennen haar motieven. Coster heeft een cultuur-beeld gegeven van het Holland na 1880, en hij heeft te kennen gegeven, dat dat beeld terug te vinden is in de werken der dichters. Zoo b.v. in Kloos' werken: »In Kloos komen.... de woelingen van dit moderne, uit alle banden losgeslagen gevoelsleven groot en hevig opzetten.... in Kloos breekt het leven door als ruischend en kolkend water door de sluizen. Een nieuw bewustzijn van het Ik, dat nauwelijks ontwaakt, zich trotsch verheft tegenover de wereld, en opstijgert in een waanzinnige zelfverheerlijking, — en een stem om dat te zeggen, een stem, die zich zelfs door de strenge dwang van het sonnet niet meer bedwingen laat, maar die jubelt of snikt, in zuchten trillend oprijst, of in murmelend weenen zich verwijdert, — bevrijd, ontslagen van het verschrikkelijk ten naasten bij, beeld en klank in beweging in onbelemmerd stroomen. Maar wat in Europa honderd jaar daarvoor geschiedde, en veel grooter geschiedde, met veel meer associaties van denken en droomen, gebeurde ook bij Kloos: dit nieuwe leven werd zich bewust als korte vreugde en veel lijden en in de nieuwe vrijheid van het Ik begon dit Ik reeds dadelijk zijn droom te droomen van nieuwe banden Bij Willem Kloos is er tusschen beide

momenten nauwelijks een tij druimte.... »Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten«, roept hij uit in één der beroemdste sonnetten, om dadelijk daarna.... neer te breken aan de voeten van een ander mensch, een vrouw,

Sluiten