Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN TERUGGANG?

aan zijn ziele-tweespalt zijn gestorven, is eveneens hieruit te verklaren, dat Kloos in de interpretatie van Coster niet heeft kunnen reiken tot den «geest». Terwijl op zich zelf die tweespalt toch even goed object van allerhoogste kunst kan zijn als welke bezinning van de ziel ook. Het hangt maar af van de «poëtische potentie» van den dichter.

»Het behoeft geen betoog,« vervolgde Kloos, in aansluiting op zijn oordeel over Gorters wijze van critiseeren, »dat al zulke «kritiek» haar beweerde onderwerp, de literatuur, in het geheel niet aanraakt, en dat zij dus geenerlei beteekenis kan hebben ter beoordeeling der waarde van wiens of wat kunst ook.« x)

Wanneer nu Coster in zijn jongste werk de motieven beschouwt van de dichtwerken, die hij verklaart te willen Deoordeelen naar hun essenties van poëtische schoonheid, dan raakt hij eigenlijk evenmin het beweerde onderwerp en mag ook hier wellicht gesproken worden van een zekeren teruggang in de literaire critiek.

*) W. Kloos, «Nieuwere Literatuur-Geschiedenis«, dl. 1, Als. Inl. p. 9.

Sluiten