Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NACHTWAKE

om haar angst te verdrijven, dwong ze zich tot aandachtig lezen in de krant. Het gelukte. Zoo zat ze een half uurtje tot ze de krant moest omslaan. Bang, dat ze door 't verbreken van de stilte 't gevaar zou wekken, dat die stilte inhield, deed ze 't omslaan heel voorzichtig, maar tegelijk was weer heel haar aandacht bij den toestand, waarin ze zich bevond. De stilte scheen haar nu nog dieper. Het was als een suizen om haar, waarin het langzaam loome tikken van de ouderwetsche klok naast haar deed als een begrafenisstap. Die klok was er als een levend wezen, dat met z'n monotoon gedoe de sfeer nog versomberde, de stilte meer voelbaar maakte. Plots boorde in die stilte als een groot lawaai het vinnig geknabbel van een muis in het behang. Marie schrok er van, zat een oogenblik roerloos, tot ze begreep wat van het geluid de oorsprong was, en kalm weer werd. De muis zette haar arbeid voort. De knaaggeluidjes deden brutaal, waren als een opzettelijk breken van de stilte. Marie keek naar de zieke, of die het soms hoorde en nu wakker zou liggen. Maar 't was daar nog hetzelfde. Nu hield het geknabbel op, doch ineens, of het diertje werd nagezeten, klonk z'n fijn-roffelend vluchten omhoog, dat Marie er weer schrikkend van opkeek. En nu was 't weer stil. Marie trachtte weer te lezen, maar 't was haar niet mogelijk er al haar aandacht aan te schenken. Het donkere gat daar vóór haar, waarin de zieke lag, bleef z'n beklemmende werking uitoefenen. Het was niet slechts de stilte, die haar beangstigde, maar ook het alleen zijn daarin met de gedachte, dat nare dingen gebeuren konden, waarvan ze zich nog geen bepaalde voorstelling maakte, maar die in haar verbeelding als iets geheimzinnigs, iets spookachtigs opdoemden en haar deden griezelen. Uit het denken aan de bleeke, stervende zieke ontsproten afschuwelijke phantasieën. En die zieke zag ze maar steeds vóór zich, wist ze dichtbij in haar benauwende eenzaamheid, als een dreiging, die deed huiveren, juist omdat het er zoo stil bleef in die donkere kamer. Klonk er maar gesteun van pijn, van lijden. Dat zou leven verraden, waarvoor ze niet bang hoefde te zijn, omdat zij, de gezonde, daartegenover de sterkste was.

Sluiten