Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

innigheid zijn liefde beantwoorden kon? Er valt niet aan te twijfelen! dacht de schilder. Ik ben Leo en niemand anders. En langzaam boog hij zich voorover naar zijn liefste en wilde haar mond kussen. Maar zij stiet hem met een luiden kreet terug en angstig wees zij naar het lichtende venstervlak, in welks omlijsting de grijnzende kop van den planter was verschenen.

Van Baerle schrok wakker. Was het de nagalm van zijn droom — of klonken er werkelijk stemmen in zijn nabijheid? Voorzichtig dook hij op uit zijn schuilplaats en spiedde over den rand van de greppel. Inderdaad! op den weg stonden Leo en Erica samen te praten. Wonderlijk, zooals zijn verwarde visioen met de feiten klopte! Zij hielden de vingers ineengestrengeld en keken elkander aan op dezelfde manier, zooals zijn fantasie 't hem in den slaap had voorgetooverd. Wat zij spraken, verstond hij niet. Hij zag alleen hun lippen bewegen en bij tusschenpoozen kon hij enkele woorden opvangen.

Reeds overwoog de schilder, of het niet beter was om op te staan en tusschen de boomen te voorschijn te treden, toen Erica onverwacht zich losrukte en smartelijk uitriep:

„Neen Leo! Het mag niet, het mag niet."

„Waarom niet? O! waarom dan niet?" smeekte de jongen hartstochtelijk.

„Omdat — omdat het niet kan!"

„Heb je mij dan niet lief?"

Erica sloeg de handen voor het gezicht.

„Ik weet het niet; ik weet niet meer, wat liefde is. Maap tusschen ons kan het nooit, omdat jij zijn vriend bent."

Wat een argument! dacht de kunstenaar bij zichzelf. Wanneer wij allemaal zoo pieteluttig waren, dan zou het leven waarachtig de moeite niet waard zijn. — Hij had 't gevoel, of hij persoonlijk buiten de kwestie stond. Het kwam hem voor, of hij alleen maar een onverschillig toeschouwer was en of er hier over een ander werd gesproken, dien hij nauwelijks kende en voor wien hij niet de minste belangstelling koesterde.

„Zijn vriend!" hernam Leo bitter, ,,'t Is waar! Ik was

Sluiten