Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

„Zullen wij een dokter bestellen?" fluisterde zij zenuwachtig.

Scherp en doordringend keek hij haar aan; zij verdroeg zijn blik met een lichte verwondering, die haar onschuld leek te bevestigen.

„Ik zal wel eens zien," bromde hij tenslotte en met een bezwaard gemoed besteeg hij de trap zijner woning.

Al uit de verte verraste hem de diepe, sonore klank van Merker's snurkende ademhaling. De deur der slaapkamer stond op een kier, zoodat hij makkelijk binnentreden kon. Een oogenblik deinsde hij terug voor de onstellende wanorde, die hij aantrof. In alle hoeken waren kleeren verspreid, een met jas en broek beladen stoel was omgevallen, de scherven van een waschtafelglas bedekten den grond. De planter zelf lag op zijn bed en ronkte rustig en regelmatig. Van Baerle voelde zijn pols, die een normale temperatuur scheen te verkondigen. Een poos sloeg hij hem gade, dan haalde hij de schouders op. 't Zal inderdaad een duizeling zijn geweest! mompelde hij binnensmonds. En zonder zich te verwaardigen een der kleeren op te rapen, ging hij naar beneden. Hij had echter den lust om thee te drinken verloren en trok zich onmiddellijk in zijn atelier terug.

X

DE MISLUKTE BIECHT

Na den eten wandelde Anna Goedeman in den moestuin op en neer. Zij leed aan congesties en de doktoren beweerden, dat een slechte spijsvertering de oorzaak was van den voortdurenden bloedaandrang naar de hersens, dien zij ondervond. Nadat zij door twee huisartsen en drie specialisten vruchteloos met Karlsbader zout en soortgelijke medicijnen was behandeld, meende zij niets onbeproefd te mogen laten en consulteerde een professor. Deze kwam op het listige idee, om zijn patiënte alle poeders, pillen en drankjes te verbieden. Zij mocht niets meer in-

Sluiten