Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PONTIANAK

door de lucht. De penghoeloe had gebeden, en andere vrouwen waakten bij de kraamvrouwen, om de pontianak te verdrijven, maar de pontianak was sterker dan de penghoeloe en niet bang voor leven, en zij had al zeven vrouwen gedood om haar wraakzucht bot te vieren. Moestadjib ging heen, nog namompelend over zoo iets griezeligs als een pontianak, en Martha, die het Javaansch van den bediende niet geheel had kunnen volgen, vroeg mij naar de beteekenis van zijn verhaal. Ik vertelde haar van het bijgeloof volgens hetwelk de vrouwen, die in het kraambed gestorven zijn, vampiers zouden worden, en hoe er nu volgens de domme dessabewoners zoo'n vampier in een boom bij de

kampong zou huizen En toen schrikte ik van Martha's

gezichtje. Ze was doodsbleek geworden, ik dacht dat ze flauw ging vallen. Wat was dat stom geweest om zoo'n verhaal te doen aan een vrouw in die omstandigheden. En het vreemde is dat ik niet den moed had om het heete dessaverhaal belachelijk te maken, en te spotten met pontianaks, vampiers, en wat de bijgeloovige inlanders verder door de lucht hoorden vliegen. Ik zat maar als een zwijgende idioot naast Martha, die naar buiten staarde met een blik, ach meneer met een blik, waarin reeds de toekomst te lezen

stond, voor wie lezen kon Ik weet niet hoe lang we zoo

gezeten hadden, toen begon zij te spreken; met een vreemde, zakelijke, toonlooze stem, die ik nooit eerder gehoord had, begon zij te vragen, alles van Rita, hoe die geleefd had, hoe zij gestorven was, alles. En ik zat daar knullig en wel te antwoorden, als op een examen. „Het is dom dat we hierover nooit eerder hebben gesproken," zei Martha.

„Misschien wel " antwoordde ik. „En Rita liet jou dus

beloven: Geen vrouw en geen kind," vroeg Martha kalm. „Zij liet mij dat zweren," antwoordde ik even kalm. Want dat was het heel vreemde, dat ik geen moment het gevoel had van iets te moeten verzwijgen of verdraaien, of van Martha te moeten sparen. Ik dacht steeds: Martha hoeft immers niet gespaard te worden. Die moet toch alles weten. Het is beter zoo. En mij verlichtte het werkelijk. Martha keek mij niet aan, zij bleef naar buiten staren; een paar

Sluiten