Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN BEWOGEN VRIJDAG OP DE BREESTRAAT

van Costa Gomez en was zij ook nu weer, nauwelijks goed gekleed, de deur uitgehold om hem nog net bijtijds, vóór hij wegging, op te vangen.

Met haar pertinente vragen, die van halve kennis getuigden, bracht zij den chirurgijn in verlegenheid. Wat moest hij daarmee? Hij had wel wat anders aan zijn kop dan college te geven... .

„Zoodra het water gebroken is, zal ik het u laten weten," zei hij goeiig, en toen draaide hij handig om haar heen en ontsnapte....

„Ja maar.... hoort u es....!" riep Bekkie, doch het was te laat; ze kon hem niet meer bij den staart grijpen.... Hij was al om den hoek verdwenen....

Zij kalmeerde. „Nou, hoe is het ermee? vroeg zij met haar hooge zangetje, en meteen was ze al op weg naar de ziekenkamer. Daar lag Duifje....

En de baker en de zuster en de moeder en de echtgenoot liepen heen en weer, radeloos, handenwringend....

Ja, dat was toch verschrikkelijk: nauwelijks, had de dokter zijn hielen gelicht, hij kon nog niet den hoek om zijn, of daar begon het lieve leven.... En niet zoo'n beetje, neen, het zette door, het werd ernst

Wat moest men beginnen? De dokter? Die was niet meer in te halen, die was naar zijn patiënten toe.... En de barende ging te keer als een bezetene.

„Doe weg die breikous!" gilde ze. „Ik kan ze niet zien!"

„Juffrouw Clara," zei de baker zachtzinnig, „doed-u die breikous weg; 't hindert 'r."

„Maar wat moet ik dan doen!" riep Clara wanhopig.

„Hier hebt u 'n stuk linnen, gaat-u pluksel maken."

En Clara zette zich neer, tevreden dat haar nijvere handen bezigheid hadden.

Maar de barende was woest, rusteloos....

„Moordenaars!" riep ze. „Beulen, om iemand zoo te laten lijen!"

Haar man trad op het bed toe en zei het stuntelig, zacht verwijtend: „Wij doen je toch niks? Wij raken je toch niet aan? Je moet ons niet de schuld geven...."

Sluiten