Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENGELSCHE BOEKEN VAN HEDEN

later mededeelde, was dit een grap die Magdalen King Hall met haar lezers uitgehaald had; het was van A—Z verzonnen. Nu ligt weer zulk een dagboek voor mij: »The Book without a Name«, »The Eighteenth Century Journal of an Unmarried Lady tot her natural son (Faber & Gwyer)«. E. R. P. die thans deze bladen aan de vergetelheid ontrukt — honderd vijftig jaar lang lagen zij in een bibliotheek van een landhuis — is de achterkleinzoon van Robert, wiens moeder dit dagboek samenstelde, hoofdzakelijk voor hem, want het moest hem als wegwijzer door het leven dienen. Zij heeft een groote bewondering voor Voltaire en Rousseau, zij veroordeelt het houden van slaven (een grafelijke oonvvan haar hield er eenige «zwarte knechten» op na) en zij hoorde Haendel in Londen spelen. Voor de koningen uit het huis Hannover heeft zij geen groote bewondering: »Kings are no longer kingly, they are weak and foolish men«. De Fransche revolutie ziet zij aankomen, maar haar voorspelling is slechts ten deele juist: »France if it ever rebels, it will be with good breeding, fought with grace«. Het jaar 1762 was zeer rampspoedig en zij is blij wanneer het ten einde is gekomen, er waren aardbevingen in Spanje, in Rome stortte de opera in en in Ierland waren ernstige onlusten. »Wij overladen onze kinderen met schulden, om onze eer te redden. «Oorlog volgt op oorlog en iets eerder zegt zij: »There is an England, that will war only for peace«. Zulke gezegden, waaraan nog toegevoegd wordt een jeremiade over het gejaagde leven (hoeveel beter was het toch in den goeden ouden tijd!), dat moeders geen flauw idee hebben, hoe zij hun kinderen moeten opvoeden, zij dragen ertoe bij om ons huiverig te maken het boek als een echt achttiende-eeuwsch dagboek te aanvaarden; het is toch niet de eerste keer dat wij in den val zijn geloopen. Hoe het zij, de vrouw die deze bladzijden neerschreef, had niet alleen groote liefde voor haar natuurlijk kind, maar ook voor de Natuur. De beschrijving van haar wandelingen in het Epping-woud bewijst dat zij alle geluiden van het woud opving, dat er niets gebeurde, of zij nam het waar; die waarnemingen brengen haar tot overpeinzingen, die zij dan in haar dagboek verder uitwerkt. Vooral

Sluiten