Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

Zóó heb ik indertijd als H.B.S.-ser »Minna von Barnhelm« van Lessing gelezen, waar ons een verplicht respect voor was ingeboezemd omdat het klassiek was, maar wij hadden er, eerlijk gezegd, niet veel aan gevonden. De tegenwoordige jeugd heeft óók op school »Minna von Barnhelm« gelezen en met een leeraar besproken, maar de eigenlijke studie er van, die tevens genieten is, begint nu in den Schouwburg.

De directie van het Rott.-Hofstad Tooneel heeft namelijk het goede idee gehad, en uitgevoerd ook, om »Minna von Barnhelm« nog eens ten tooneele te brengen. Laat ik eerlijk bekennen dat ik het nooit heb opgevoerd gezien vóór dezen, en het alleen kende van mijn lang vervlogen H.B.S.-tijd.

Het is lang niet het beste werk van Lessing (het beste is m.i »Nathan der Weise«). Zelfs in zijn allerbeste tooneelwerk echter blijft Lessing's beteekenis als dramaturg beneden de groote waarde die hij als tooneelcriticus heeft. Nu nog, in 1929, valt er voor een tooneelcriticus heel wat goeds te leeren uit zijn Hamburgsche Dramaturgie, die standaarden en waardebepalingen bevat, welke nog niets van hun beteekenis hebben verloren. Als ik nü nog wel eens in dit standaardwerk van critische bezonnenheid blader, en dan aan »Minna von Barnhelm« denk, lijkt het mij bijna niet recht mogelijk dat dezelfde man, die zulke hooge eischen aan tooneel en spel stelde, een blijspel van zulk een beminnelijke, naïeve, primitieve onbeduidendheid heeft kunnen schrijven.

Die edelaardige, fiere, trotsche, overdreven op zijn point d'honneur gestelde von Tellheim, hoe onwaarschijnlijk en onmogelijk zelfs, komt hij ons, nu in 1929 voor, die oppasser-knecht Just en die kamenier-vertrouwde Franessca, wat zijn ze cliché van oude traditie, en wat is die ringen-geschiedenis dit eveneens (er zou een dikke foliant te schrijven zijn over den Ring in het Drama en het Blijspel, van Kalidasa af tot Shakespeare, Holberg en Lessing toe); die romantische, liefelijke, schalksch-listige, óók al edelaardige Minna von Barnhelm zelve, hoe weinig belangrijk, en ook eigenlijk hoe weinig echt levend komt zij ons voor, en daarbij nog: wat vinden wij de intrigue, met het alles weer goedmakende bericht van den koning en den alles in 't reine brengenden adellijken oom aan 't slot eigenlijk kinderachtig, en toch.... gaat er van dit ons nü zoo «harmlose», ouderwetsche. versleten traditioneele blijspel nog een onschuldige charme uit, die ons een geheelen avond met méér genoegen en amusement er naar doet luisteren dan naar menig allermodernst stuk. In zekeren zin zien en hooren wij, menschen van 1929, zooiets eigenlijk aan met een kindergemoed, wij, die aan zooveel gewaagds en gepeperds en zenuwachtigs van het nieuwste repertoire gewend waren, en steeds er op uit zijn, nieuwe prikkels te

Sluiten