Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44° D- BItÜEDELET)

gezegd is, vs. 19; — boven de aanwijzing die er al te voren was van der'menfchen ongehoorzaamheid en Ilraffchuld, is zij, in poos handelingen met het menschel om ingekomen, op dat de misdaad van der menfchen ongehoorzaamheid te meerder blijkbaar wier de, Rom. V: zQa. vergel. vs. 12—19. Derhalve zij wees juist het tegèngeftelde aan van de meening dat de mensch door eigene gehoorzaamheid, of werken der Wet, règt' y aardig voor god zou kunnen zijn.

'S- i3«

En hoe kon dit ooit,klaarder en nadrukkelijker worden aangetoond dan door de Wetgeving gefchied is? Hoe uitnemend werd jakcbs nagedacht boven alle andere voWzn begunfligd! Hoe overtuigd waren zij zelve van de billijkheid en goedheid der Goddelijke bevelen! Hoe . kenbaar goddf.li]k< was de afkondiging.' Hoe plegtig . hunne verbindtenis om te gehoorzamen! Welke heerlijke toezeggingen werden daaraan verbonden! W.cïke geduciite- frafen, integendeel, op ongehoorzaamheid, bedreigd! En had dit alles geen ander gevolg, dan dat zij het verbond der Wet vernietigden, en telkens, op het einde, door genade en vergeving behouden moesten worden (*): zoo kon we! nimmer duidelijker en zekerder worden geleerd, ito'de'regtvaardigheid ónmogelijk uit de Wet kan zijn! —— En hiermede vervallen alle Godsdienstflelfels, bij welke jnen ooit de menfchen leerde door eigene gehoorzaamheid zich voor gód regtvaardig te willen dellen. De izaak moet bij hen, die góds ontdekkingen eerbiedigen, eens voor altijd, zijn afgedaan, niet alleen door "hetgeen reeds van het Paradijs af was geleerd en gebleken, maar vooral door de ïeer, die er is in gods handelingen met Israël en'de uitkomst derzelve, met opzigt op de Wetgeving, in het afgetrokkene béfchouwd.

S- U

ïk zeg met opzigt pp de Wetgeving in het afgetrok-

kc

(*) Exod. XXXIII, XXXIV. 'Deut. XXX: 1—u. 'Ü» 5XVI: 40, en*. Vergel. ook je*. XXXI; 31-34..,

Sluiten