Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tets over paulus se2egde , gal. III: 21. ^

ft! door hen bewaard blijven, en de weg er door ge. baand worden tot de vervulling der oudtijds gedane beloftenisfen. Maar nog meer dan in het opgegeven?, was de Wet aan de beloftenisfen ondergefchikt, uit hoofde van hare (trekking om het misdadige van der menfchen ongehoorzaamheid en hunne flraffchuld in het licht te Rellen, en alzoo het belang te doen gevoelen van die beloften die al vóór' de Wet gedaan waren, en met welke, ook onder de Wet, zoo vele nadere ontdekkingen en groote uitzigten in verband werden gefield,

S- 18.

In het laatstgemelde opzigt heeft de Wet een zeer naauw verband met de leer der verzoening en genade. Mijn bedek laat niet toe, daar hier meer van te zegl gen. Maar wie, dien menfchenbelang en zaligheid ter harte gaat, wenscht niet, dat hierop met den meesten ernst van elk, die zich tot chrjstus rekent, moge worden gedacht —- gedacht in overeendemming met dien grooten Apostel, die, nadat hij gezegd had: de Wet is boven dien ingekomen opdat de' misdaad te meerder worde- er op volgen laat: en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest; en dan befluit. met dit alleropmerkelijkst voordel: opdat, gelijk de zonde geheerseht Heeft tot den dood , alzoo ook DE GENADE zoude r.eerjchen door regtvaardigheid tot het veuwtgf leven, door JEZUS CHRISTUS, onzen Heerej (*)

$• i?.

De Wet, in die hoedanigheid en betrekking als zij aan Israël gegeven was, is afgefchaft, na dat genoegzaam gebleken was zij kon niet levendig maken, noch den mensch., door de betrachting van hare voorfchriften, voor god regtvaardig dellen. Bediening der Wet alleen als Wet, is gebleken bediening des doods, bed'"'»' ning der verdoemenis te zijn (f). Dat vreesielijke, hetwelk

(*) Rom. V: 19, 20.

(f; 2 Kor. lil; 7, c,a. Ik herinner, fn èfaigi tot het laatlte, dat verdoemenis, ook in onze kaf veroordeeld betoekent; en nu YergehjKe men ook hiermede Rom. tlhii>i.

Sluiten