Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRIJVING EENER GEWELDIGE BRAKING. 44^

Handigheden: de tabaksrook zonder eenig effect ingeblazen; de Lochia komen niet te voorfchijn; de pijn houdt aan; bij tusfchenpozen zeer hevige braking en dorst. Het dringend levensgevaar , waarin zich de lijderes bevond, twee dagen oud kraams zijnde, en door de hevigfte pijnen en geweldige toevallen reeds zoo veel geleden hebbende , gaf mij thans het regt , ja noodzaakte mij geene Contraindicantia langer in acht te nemen, zoo ik ia dit geval een bekwaam middel konde vinden, om het gefustineerd vreemd ligchaam, het zij van eene vaste prikkelende zelfflandigheid, het zij van eene fcherp vloeibare geaardheid, uit te drijven. De ondervinding dat zelfs garttewater als een Emeticum werkte, dlit niet in ftaat was, de gefustineerde fehadelijke zelfftandigheid uit te drijven: deze ondervinding alleen, had mij, tot dus verre, van een Emeticum afgehouden; ziende nogtans de onophoudelijke, doch vruchtelooze poging der natuur, om den vijand, als 't ware, door het vomeren uit te drijven, vond ik mij gedrongen, hoe hopeloos mij het geval ook voorkwame, haar langs dien weg te gemoet te komen, of ware het mogelijk, zoo_ deze tegennatuurlijke werking van de maag door vloeibare, ftof veroorzaakt mogt geweest zijn, hetzelve door fterk zweeten uit te drijven, en de 'lijderes liefst hierdoor eenige rust te bezorgen. — Multa 'in pracipiti perieul» recte fiunt, alias omittenda(*). Ik fchreef voor: R, Tart. emet. gr. iv. Sal. mir. Glaub. ?j. M. F. Pulv. No. iv. aeq. S. Bij opkomende hevige pijnen een poeijer te Gebruiken, en veel Cainille- thee daarop toe te dienen.

Donderdag, 7 Mei. De lijderes had, na het innemen van een der poeijers, niet gevomeerd, maar veel ge. zweet, en urin geloosd; geene fedes; de dorst blijft even fterk; de Vomitus repeteert, doch niet zoo menigvuldig ; de Lochia vloeijen niet ; naar de borden is geen aandrang van melk; geene zogkoorts; Borborygmi, Flatus. Een doodelijk uiteinde onvermijdelijk beschouwende, liet ik haar een tweede der bovengemelde poeijers gebruiken, haar toelatende zoo veel op eens te drinken,

als

C) Celsus hibr. M.Cap.iS.

Sluiten