Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEEN OVERZÏGT DER WERELD.

dat uit de verbazende verfcheidenheid, welke men daarin aantreft, niets anders dan een bajert zoude ontftaan, meer berekend om verdeeldheid onder de menfchen te doen geboren worden, dau hen tot eene eenvoudige en eenparige levenswijze terug te brengen ? Droevige waarneming! de menfchelijke wijsheid heeft hars palen; over* dreven wordende, kan zij In dwaasheid veranderen, • Welk is het heerlijkst fchouwfpel, dat ons de wereld voorftelt? Is het die menigte menfchen, over den aardbodem verfpreid, of de verfchillende rollen, die ieder op het eeuwig tooneel der driften fpeelt ? Is *t het geheel van een zamenilelfelj in zichzelf zoo vol ver*fcheidenheid ? Zou het die ^b en vloed van gebeurtenisfen zijn, die, de onftandvastigheid der dingen bewijzende, de halsttarrigheid der menfchen tevens bewijst om zich eveneens te gedragen, ondanks der heerfchende wisfeivalligheden? Zoude het de verfcheidenheid van denkbeelden zijn, die aller hoofden op eene zoo verfchillende wijze beroert, en van dezelve zoo onderfcheidene hoofden maakt? Zoude 't het oproer zijn, 't welk de driften in alle harten aanrigten, en die het zelfgenot met zoo veel gevvelds daaruit verjagen ? Zoude het dat verbazend mengfel van gevoelens en gedrag zijn, •die tegen elkander aandruiichen , elkander vernietigen , ?t geen, niet te min, het belang onophoudelijk van nieuws voortbrengt, en onder nieuwe gedaanten doet ten voorfchijn treden V Zoude 't het hoog gevoelen zijn, 't welk de menfchen van zichzelven hebben, ondanks der palen, welke god aan hun verftand gelteld heeft, of dat verftand, 't welk, hoe bepaald het ook zij, zich tot alles durft verheffen, ondanks der ondervinding, welke het van de nutteloosheid zijner pogingen heeft? Of zouden 't, eindelijk, de wonderen zijn, welke de eigenliefde voortbrengt, of de zotternijen , waarmede zij geheel het menschdom overltroomt? Een zoo zonderling fchouwfpel, van wegen zoo groote tegenftrijdigheden, van welke fommigen zoo veel, anderen zoo weinig eere aan den mensch doeii, zoude het de aandacht niet loffelijk kunnen bezig houden ? Moeten dezelfde menfchen, zoo fier op de voorregten van hun aanwezen, de overdenking daarvan niet kunnen verdragen, en moeten zij, om zich daaraan te onttrekken, zich aan eene foort van werkeloosheid overgeven, die Ff 3 zich

Sluiten