Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' GEHEIM DER NATUUR OP DE PERENBLADEN. 50Ï

Zich in de hoogte, en de bast wordt in een oogenblik Vaster aangedrukt, zoodat men het voelt. Hadt gij dat wel gedacht, beste vriendin?

Als nu het rupsje wil eten; zoo daalt het met zijn kopje tot onder op het blad. Want het kan zich in zijn naauw verblijf niet omkeeren. Het kopje is derhalve altijd onder, en bet diertje ftaat aanhoudend op zijn hoofd. Het knaagt dus flechts zoo veel van de opperhuid van het blad af als het binnen den kring van de buis bereiken kan. Hoe weinig dit zij, kunt gij U verbeelden! Het neemt zich tevens zeer'in acht, dat het het blad niet doorvreet. Want het zou voor hem en zijne woning zeer nadeelig zijn, als zij van onderen lucht hadden. Is nu dit kleine ronde plekje afgeknaagd , zoo is daar ook geen voedfel meer voor het rupsje. Zijne weide is kaal. Het meet verder optrekken , zoo het niet van honger wil omkomen. Terftond worden de hechtdraden van den bast afgebeten, en het zet met zijn huisje de reis verder voort naar eene andere plaats. Doch het diertje behoeft flechts eene halve Hjn te gaan, of het vindt reeds weder versch voedfel voor zich. De bast wordt aangefponnen, en het eet om laag weder, zoo lang als daar wat is.

Op zulk eene wijze zet het twee- of driemaal, zijne reis (jp het blad voort. Dan is het zijn tijd, en het bereidt zich voor, om van gedaante te verwisfelen. Wanneer gij derhalve in het vervolg, twee of drie zulke kale plekjes op de perenbladen ziet; zoo kunt gij verzekerd zijn, dat daar ter plaatfe eene bladmot gezeten heeft. Hoe lang zijn rupfentijd duurt, kunnen wij u eigenlijk niet zeggen. Het zal zoo omtrent over de veertien dagen wezen. Somtijds ook korter; Het rupsje verandert in den bast zelf tot eene pop. Hoe lang het in dien poppenftaat blijft, kunnen wij u ook niet met zekerheid zeggen. Nogtans geen tien volle dagen. Want zoo lang omtrent hebben bij ons de takken, waaraan bladen met zulke bastjes waren, in glazen met water gedaan, toen wij reeds het uitgekomen infekt ontdekten.

Het is een zeer klein Nachtkapelletje, dat tot het mottenfoort (Ttned) behoort. Op de bovenvlerken bruinachtig, maar met veel zwarte flippen en (treken bezaaid. Waar deze vleugels tot elkander komen, zijn zij met fierlijke franje aan de fchachten bezet. De onli 3 der-

Sluiten