Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M ENGELSTÜ K K E N.

EEN GESPREK OVER. DE AFGESTORVENEN»

C> ij weet, waarde Vriend! het was federt lang mij. F ne gewoonte, gehoudene gefprekken , overgewigt* voile onderwerpen, zorgvuldig op te teekenen. Mijn vrij goed geheugen begunfligde deze gewoonte, en, zoowel mijn verftand, als mijn hart, bevinden zich daar wel bij. Het nadenken , toch, van belangrijke zaken, ontwikkelt altijd nog nieuwe duidelijke denkbeelden, en ftelc de zwakheid of llerkte van bewijzen voor het gefielde jn eerj helder licht, terwijl het genoegen, daÉ Voor mij, altijd, uit een belangrijk gefprek voortvloeit, zich verfijnt en veradelt, wanneer ik zulk een gehouden gefprek in mijn geheugen terugroep en opteeken. Vooral dan, wanneer ik, door ae mededeeling van hetzelve, aan u, mijn Vriend! al dat nut, al dat genoegen, hetwelk ik zelf (maakte, hoop te verdubbelen. En, immers, die hoop is gegrond! Ik ken uwe denkwijs , ik ken de bronnen waaruit gii de zuiverde vreugd, fchept, en de ware, de onfchencioaarfte vriendfcnaps die onze zielen verbindt, doet ons elkander aan dié heldere bronnen van Goddelijke vreugd altijd oiumoe* ten. Lees dan ook weder het volgende.

Een der fchoonfie zomerdagen was verdwenen. De middagzon had gloeijend van den wolken\oozen bemet nedergeftraald, naauwelijks had nu en dan een loom koeltje de rijpe korenaren doen nuTchen. De natuur fcheen aemechtig naar aderotogt te hijgen, planten ea bloemen lieten de kwijnende bladeren magteloos hangen, en het dierlijk leven volbragt, door de ontfpannene hiebt krachteloos, met afgematte traagheid ziine noodi&e werkingen. Doch nu, nu de zon achter de kimmen wegzonk, nu een vloed van dampen, die niet ^°°g genoeg waren opgeftegen om zich tot wolken te v°rrnen, verkwikkend nederdaalde, en als een verzil* verde rook over de velden zweefde; nu de verkoelde lucht^ 2icij weer zamentrok, een verfrisfehend avond* Windje het boschlo")f deed lispelen, en de bloémftini'1 meng. l8o?) nö. ,a. LI kea

Sluiten