Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN GESPREK OVER DE AFGESTORVENEN. 537

I k.

Verrukkend is mij deze gedachten, hoe eerwaardig wordt ons niet elke oefening der verdandehjke vermogens, wanneer wij ons voorltellen, dit zijn de beginfelen Hechts van eene eindeloos voortdurende uitbreiding van kennis. Hoe zal onze brave Vriend L . . . zich met bemelfchen wellust voeden, nu hij voortgaat met de natuur of de orde der dingen te onderzoeken? Wel. ke vorderingen zal hij niet maken, en, bij elke verzadiging van eene reine begeerte, naar nieuwe ontdekkingen van gods liefde en wijsheid in aanbiddende verrukking wegzinken?

j u l i e.

De bezigheden der zaligen zijn ook gewis naar hunne onderfcheidene geaardheid gefchikt , maar hoe velen verlaten deze wereld zonder zich immer tot eenige bijzondere werkzaamheden des verftands bepaald te heb, ben, terwijl zij toch in hunne eenvoudigheid den weg der deugd met ijver bewandelden. Ik denk wel eens, waarmede toch zullen zich deze, op eene hemelfche wijs wel verheugen, wanneer de zinnelijke genietingen niet meer plaats hebben?

REINHART.

Zinnelijke genietingen waarom zouden die geene plaats meer hebben? Op eene edele, op eene, voor den verheerlijkten mensch gefchikte wijs ook, kunnen immers de fchoonlte zielsvermogens tot aan het uur des doods toe (luimeren. God weet, wat in ons,wat in duizend, duizend onbeduidende wezens, kan ontwikkeld worden. God weet, welke zedelijke zintuigen, welke krachten in den mensch hier verborgen zijn, gelijk de fchitterende vleugelen van den fchoonen vlinder in de kruipende rups. Doch het wordt laat, de

avondlucht wordt koel. Lieve juuii! laten wij tot eene volgende gelegenheid ons gefprek afbreken, en heden naar huis wandelen.

J U L I E.

Goed, maar ik heb u nog veel te vragen, dus to{ eene volgende gelegenheid.

Wij wandelden nu weêr naar de dille landwoning. Ook ons volgend gefprek zal ik u mededeelen.

LI § REGTfi>

Sluiten