Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ern' roomscji - katiioli jke>, 545

Uit het Halsfirafftlijk regt.

. Een wiis Regent, welke zich toelegt, om zijne onderdanen, door eene goede opvoeding, döor verlichting, door verbetering der zeoen, en door gevoel voor algemeen nuttige deugden, eenen afkeer voor het Helen en rooven in te boezemen , en zijn land, door nuttige bezigheden der lediggangers van rondzwervenue bedelaars poogt zuiver te houden, doet zeer wel, als hij de ftrengheid der ftraffende geregtigheid lenigt, en de doodsfiraf maar alleen tot buitengewone gevallen bepaalt.

Ue affchaffing der doodsfiraf veronderflelt een vast, zamenbangend , ftaatkundig fystema of zamenftelfel. Zoo is het niet gelegen met de pijnbank. Een goed regter wenscht altijd, dat hij den gedaagden en aangeklaagden onfchuldig mag vinden. Maar eene wet, welke beveelt, om de bekentenis door pijnigen af te dwin. gen, oefent reeds, eer de misdaad volkomen bewezen1 is, ftraf over den gevangenen uit. Eenen mensch te ftraffen, eer men zeker weet, of eer hij zelf beleden' heeft, dat hij eene misdaad heeft bedreven, is altijd •wreedheid. Ja! de pijnigbank is, over het algemeen, niets anders dan een zeer onvoldoend middel, om de zekerheid der misdaad te bevestigen. En eindelijk -—? het is oneindig beter, dat honderd misdadigers, die men niet overtuigen kan, worden vrijgefproken, dan! dat een eenige onfchuldige wordt veroordeeld.-

■ Uit de Staatkundige Wetenfchappen*

Eene wijze ftaatkunde houdt zich altijd bezig mes het voorftel, hoe het mogelijk zij, om der burgerlijke maatfehappij de grootfte zekerheid te bezorgen, en daarbij .de vrijheid van bijzondere leden, zoo weinig mogelijk, te beperken. Als men in elke burgerlijke familie eenen wachter of opziener aanftelt, onder wiens opzigt elk lid derzelve, en zelfs ook de tafe'a en bedden ftaan: dan is er zeker tamelijk wel gezorgd voor wanorde; maar wie is er, die de orde onder de galeislaven op de roeibanken zou verkiezen en beminnen.

Het is waarlijk niet goed, als' onderworpenheid de eenige drijfveer van den Sraat is. Tucht en orrte Kan inen wel bevelen en afdwingen; maar geene trouw,

u&so. 1807, no. ia. M m. dap-

Sluiten