Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

573 algemeen 0verzigt van de WAARHEID

zijn, te ontvangen; die verborgene kracht, welke ons bezielt en ons does; in wezen blijven; onze wasdom, ons verval, onze zwakheden, de dood zelf: in een woord, alles verkondigt , alles bewijst en overreedt mij, dat er eene Godheid beftaat, beheerfcheres der wereld; dat deze Godheid uit zich zelve moet beftaan; dat zij, met oneindige kennis begaafd, oneindig wijs, oneindig regtvaardig, oneindig goed is, omdat, indien zij in alle opZigten niet oneindig volmaakt ware, ik mij haar niet_ zou kunnen voordellen als een wezen, dat alles is, 't welk men zich als het beste kan verbeelden: een denkbeeld, onafscheidbaar van het denkbeeld, 't welk ik van eenen god heb, en 't welk even natuurlijk als dat van zijne aanwezigheid bij mij ontftaat.

Een zoo volmaakte god duldt noch eenen meerdere, noch iemand hem gelijk. In der daad, twee Goden, of even magtig, of aau elkander ondergefchikt, zijn even onmogelijk. Want genomen, dar het eene volmaaktheid'in "twee Goden ware, dat zy>even veel nwgts bezaten, of in eene volmaakte eensgezindheid ondergefchikt waren aan elkander, voor zoo veel ïK mij immer een volmaakter Wezen zou kunnen verbeelden, een Wezen, namelijk, 't welk noch een ander boven zich, noch een, hem gelijk, kad, zoo volgt daaruit, dat deze twee Goden geen god zijn zouden, en gevolgelijk, dat er niet meer dan één god, één oneindig volmaakt Wezen bedaat.

Van gods aanwezen en volmaaktheden overtuigd zijnde, zou ik nu nog kunnen gelooven, dat hij omtrent ons lot onverfchillig is? Maar hoe laat dit denkbeeld met dat, 't welk ik van zijne wijsheid heb, zich overeenbrengen? Hoe laten de bevattingen van ons verdand, en 't geen wij verhevens in ons gewaar worden, met een zoo vernederend begrip zich overeenbrengen , met een begrip, 't welk ons tot den daat der boomen in het woud zou verlagen, in dit prachtig zamendelfel van 't heelal? Voorwaar, om zulks te gelooven, zou men wel zeer zot over god moeten denken; wij zouden in ons die levendige aandoeningen moeten verdikken, die ons zoo krachtig nopen om hem te leeren kennen, ons van zijn aanwezen te overtuigen, zW9 volmaaktheden te doorgronden, en van al wat wij zó" hem de eere te geven: natuurlijke en dringende gewaarJ 43 wor-

Sluiten