Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g?2 ALGEMEEN OVEBZIGT VAN de waarheid

ze ftraffe tot al zijn nageflacht doet overgn-m; en dat hij hem aldus nier ftraft, dan omdat hij ondankbaar en ongehoorzaam is geworden. En bij deze ontdekking word ik geruster; ik erken gods algeheele regtvaardigheid in het ftraffe» van den mensch; ik begrijp, dat hij de eerfte aller misdaden met die uiterfte ftrengheid moest behandelen, om een des te meer affchrikkend voorbeeld te fteilen. Maar 't g^en ik hier bij de Christenen verneem, en in hunne'Boeken zoo klaar en duidelijk ftaat bcfchreven, zou dat mijne rede kunnen doen tenigfchrikken ? Had zij niet uit zich zelve deze waarheden bijkans doorzien, in weerwil van hare diepte? Wat bcrigten mij de overige Godsdienftén omtrent eene zaak van die aangelegenheid, en 't geen mij tot zwijgen kan brengen, zonder dnt ik tegen de onheilen van ons lot murmurere? Wat is warihebbelijker dan het leerftelfel van het Heidendom? Bioosr men niet over de fchandelijkheid zijner Goden, wanneer men hen de lïervelingen over misdaden zier ftrafiin, die oen wellust van den Olimpus uitmaken? Diezelfde boden, welke men over de toekomftisje lotgevallen zoo vlijtig geraadpleegd heeft, hebben zij den menfchen de oorzaak der ellenden van zijnen (tand wel kunnen aanwijzen ? of indien zij het gedaan hebben, wat hebben zij daarvan gezegd, waarvan het gezag door de tegenftrijdigheden en de buitenfporigheden hunner openbaringen niet is om verre geworpen? Is het Mahometaandoin gelukkiger geflaagd in het met de rede minder ftrijdig verklaren van onzen rampzaligen toeftand? Is het niet, "al wat het daaromtrent verftanriigs denkt, aan de Boeken der Joden en der Christenen verfchuldigd, uit welke het alles heeft gefchept? eene waarheid, van welke men welhaast zal overtuigd worden, wanneer men verpeemt, dat het, ten aanzien van dit onderwerp, niet meer of min der waarlchijnlijkheid nadert, dan naar gelange het met de gefchiedenis daarvan, door wozes verhaald, meer of min overeenftemt. ) Ik heb, in'de tweede plaats, gezegd, dat van al de Godsdienftén deze alleen de ware is, die mij van de Godheid de verhevenfte denkbeelden geeft. Maar l>et blijkt mij, dat er geen Godsdienst is, die er zoo verheven als de Godsdienst der Christenen van fpreekt* Dezelve zegt mij, dat het een oneindig, eeuwig, on" deelbaar, eemg en onafhankelijk Wezen is; dat ftrj

J met

Sluiten