Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT HET DIERENRIJK.

591

.Wat is wel de oorzaak, dat door alle klasfen van dieren, het dartel fpelen de jeugd 200 lustig maakt; dat eene zekere plompheid alle grootere jongen, vóór de manbaarheid, eigen is; en dat het volwaslen dier eerst eene voegzame ernftigheid en fchranderheid doet blijken? Dus zag ik in een dierengevecht te Wetnen, een' jongen beer" met eenen knecht fpelen, fnel tegen hem opipringen, hem bij de baren trekken, hem, wanneer hij van de eene zijde naar hem floeg, gezwind van de andere zijde een' dag op den rug geven, fchielijk van hem afloopen, en even zoo vlug wederkeeren om hetzelfde fpel te hervatten. De honden huilden in hun hok; het jonge dier, ongeduldig omdat het niet aanftonds over de deur konde klouteren om bij hen te komen , jankte bijkans als eene hyena, hoewel niet geheel zoo onaangenaam of fterk. Grootere beerenjongen, op verre na niet zoo afgeregt als de oude beeren, wilden ook met den knecht fpelen, zoo plomp en ongefchikt, als naauwelijks een ruwe knaap ten tijde der beginnende manbaarheid zou doen; wanneer hen de knecht onwillig ter zijde (liet, bleven zij daan, daar waar de kracht van den floot hen geworpen hadde, en keken hem op eene onbefchrijfelijk ftupide wijze aan. De oude beeren, tam gemaakt, zooveel hunne natuur toeliet, toonden geene drift tot fpelen; op hun zelfbehoud bedacht, zagen zij voorzigtig om, en verwilderden zich met allen fpoed van de plaats, waar zij de opgeflotene honden hoorden huilen. —— Wie kent niet de belagchelijke fpelen der jonge katten en honden, de lompe der volwasfene; de dartele fpelen der kinderen, de plompheid der grootere knapen; en de verandering derzelve, in de gezette deftigheid desvolwasfenenmans? Op gelijke wijze, is de Item der kinderen zwak en fijn; geheel ongelijk en gebroken, is die des jongelings , in de crifis der" manbaarheid, en wederom vasten fterk,

bij den volwaslen man. - De toebereidselen tot de

manbaarheid, welke niet alleen in de geflachtsdeelen, maar in het ganfehe ligchaam plaats hebben, fchijnen» even als in de fpieren, welke den klank der ftem vormen , zoo ook in de fpieren der ledematen , eene onftandvastigheid te weeg te brengen, waardoor, onrc-

gel-

Sluiten