Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6S

verzoenings-feesten.

valling, geluksveranderingen of de verfchijning eens bloedverwants van elders. Bij zulke cmibndigbeden gedenkt men weder aan de vorige vriendschap, aan de familiebetrekking, de nabuurfchap en iedere gemeenzaamheid, die ons met anderen verbindt, en terwijl men eikanderen bijftaat en zoowel droefheid als vreugde onderling deelt, wordt men weder eenig, gelukkig en tevreden, zoodat men bij het einde nog oorzaak heeft,

om god voor dit toegezonden euvel te dar ken.

Maar zouden wij niet ook zelf iets doen kunnen, om de vorige aangename betrekking met anderen van tijd tot tijd weder te herdeden? waarom willen wij eerst op eejtig ongeluk of op eenen neef uit de Oost- of West-Indien wachten V Laat ons der tW£edragt een jaarlijksch zoenoffer brengen , laat ons door het denkbeeld van gemeenzaamheid ons gemoed in eene hoogere ftemming brengen, laat ons van tijd tot tijd de kleine twisten uitroken, laat ons jaarlijks een algemeen ver. zoeningïfeest vieren. De fchoone dag breekt aan, het brommend klokkengelui doet zich hooren, door de ftraten wandelen de menfehen deftig opgefierd naar de kerk: talrijke verzameling! • Het orge! begint, eenparig gezang, fhlle aandoening, eene hartelijke redevoeling, algemeene plegtige ltilte, verheffing tot god, vergevensgezindheid, vrolijkheid van gemoed: wij voelen ons verfterkt, — eendragt in den boezem , tranen in de oogen, — zoo keeren wij uit de kerk terug: een blij geraas heerscht door de ganfche flad; wagens rollen door de poorten, vrienden, bloedverwanten komen aan, ieder huis fchijnt zich op te fleren, vrede en vreugde zijn overal. Heden geldt geen toorn: het gisteren is voorbij, heden geldt geen verwijt: het gebrek blijft voor de deur; heden geen bedroeven: de dag wil zonnefchijn; heden geene gramme gemoedsgefleldheid: de vreugde wil leven in fcherts. Engelen mogen u begroeten , gelukkige huisvaders; daar gij de uwen weder in eendragt rondom u verzamelt, en vrolijk uitroept : ik heb geenen uwer verloren.' De herinnering aan_ vrolijke tijden ontwaakt, voor derzelver glans verdwijnen de gedachten aan rampfpoed; met vurige bliktee beftraft men hem , uit wiens mond het hooze -komt. Zoo gevierd moet die dag zijnen glans boven andere dagen verfpreiden, en de zon des avonds aich roemen, dat zij heden eene gelukkige flad zag.

Sluiten