Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET RIJK DER DONKRRHEÏÖ. ggf

aandrang, zond hij hun zulke gezanten, die weleer onder hen gewoond hadden, maar moeds genoeg hadden gehad, om zich aan de ftralen der zon bloot te geven> en daardoor zoo verre waren gekomen j dat zij nu niet meer voor dezelve vreesden.

De gefchiedenis des lands zegt ons, dat deze gezanten minder of meer gunftig ontvangen zijn geworden j naar dé onderlcheidene tijdperken, waarin zij verfchenen. Een groot _ aantal derzei ven, werd flecht ontvangen , en zelfs niet als gezanten, maar als bedriegers benandeld, en vervolgd, En desniettegenftaande , werden met alleen hunne geloofsbrieven in de openbare ae ■fchiedboeuen mgefchreven, maar men heeft zelfs %A den dood der gezanten, hen en hunne brieven in g'roo. te eere gehouden, hun den naam van gezanten des Konings, en hunne brieven den titel van Koninklijke Bevelfchriften gegeven.

Dan, daar deze uit het rijk des lichts gezondene brieven, alleenlijk dienen rooescen om van het licht te getuigen, gaf men aan dezelven, in het rijk der Katacomben, met der tijd, den ndarn van het 'licht zeiven. Van toen af, kwam de naam licht bij de inwoners van' het; donker land in achting, gelijk zij ook den naam van den Koning des lichts te allen tijde vereerden, en zich voor zijne Onderdanen uitgaven. Thans wilde elk de brieven van het licht bezitten; ieder beroemde zich een aanhanger van den Koning des lichts te zijn* erf de roem der brieven klonk, gelijk die des Konings door ai de gewesten des lands. *

Gansch zonderling was het, ondertusfchen, dat • daar diezelfde Koning niet ophield, van tijd tot tiid andere gezanten, met geloofsbrieven voorzien gelijk de' eerften, aan hen toe te zenden, deze nogtans , even als de vorige miskend, en nog gruwzamer behandeld werden. Iets ongehoords was het, dat dé Zoon des Konings, toen Hij verfcheen oin het getuigenis zijner gezanten te bekrachtigen, voor den grootfren bedrieêer gehouden, en als zoodanig gedood werd. Deze afinlk fehjke daad gebeurde, niettegenftaande de Zoon desKo nings zulke geloofsbrieven had, welke hem zijnen onderdanen genoegzaam kenbaar maakten. Hij had behalve de getuigemsfen welke de vorige oorkonden'hem gaven, ook de geloofwaardigfte fiétuigenisfen zelve bij 2ich. Men vergeleek die ook met eikanderen, maar—-

MENG, 1807, NO. 14. Tt W'V

Sluiten