Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

666 de barmhartige schoenmaker.

voor de eerfte maal in de rede; want zijn verhaal bad mij zoo opmerkzaam gemaakt, dat het mij niet in de gedachte kwam, om tusfchenbeiden te fpreken. Wie eenen armen handwerksman het zweet zijns aangezigts niet begeert te ontrooven, die moet nog een hart hebben, dat den nood der ellendigen gevoelen kan. „Maar nu verder, mijn goede vriend! op welk eene wyze betoont zich uw menschlievend hart nog meer? bij voorbeeld !" - „ Hm," zeide de Schoenmaker en lachte, „ ik heb nog eene manier, maar gij zult lagchen,

wanneer ik u die zeg." „ Zekerlijk niet, mijn

vriend!" hervatte ik, „ elke foort van wel te doen is mij eerwaardig, zij befta, waarin zij wil."

„ Nu, laat ik u dan zeggen," voer de Schoenmaker voort, „ ik voorzie bijna al de armen, die ik ken, met oude fchoenen." — „ Voortreffelijke man!" nep ik. „Goed, zeer goed, gij zijt leermeester en voorbeeld tevens; hoe ieder handwerksman en kunftenaar een weidoener der armen kon worden." — „ Dat *°Vt nu een ieder worden," zeide de man- '» 1K fchoe. zoo op mijne manier, en geef wat ik kan. Oude icnoeSn heb ik altijd; die laat ik lappen, dan kan een arme althans nog eenigen tijd daarop loopen. En wanneer ik voor arme lieden nieuw werk te maken heb, zoo maak ik het - doch neen, dat durf ik met zeg. gen." — „ Waarom niet — maar vrij uit. zeiae ik. 1_ „ Gii mogt naderhand niets meer bij mij laten werken," hervatte hij. - „ Dat zal ik zeer zeker doen, en al ware het maar enkel daarom om u te toor.en, hoe goed ik het met u meen." — „ Nu houd ïk u by uw woord, zie, voor arme lieden maak ik de ichoeneti nog eens zoo fterk dan voor de rijken. Ik den* dat ik het verantwoorden kan; want de rijken kunnen het betalen, maar de armen niet. Gij moet daarom met denken, dat ik den rijken flecht werk maak, dat ware bedrog, en daarvoor beware mij de goede god! ik meen Hechts zoo, dat ik niet doe, zoo als vele anderen, die alleen voor de rijken goed werk maken, doch voor de armen flecht." — „ Goed! goed! daar is mets tegen in te brengen. Ga maar voort."

Schoenmaker. Mijn Heer! ik weet r.iet meer, en n. «met. mü fi-homen. dat ik u zoo veel vernaaid ^0.

Het fchijnt, als of ik mij zeiven prijzen wilde. t„ tw is geen nriiypn _ wanneer men mei

iis.. uu- — o— r'v > eene

Sluiten