Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZAUCMAKHR DÉR. WERELD» €?$

Door zijn voorbeeldig en weldadig levensgedrag, en tïjn zachtmoedig en lijdzaam verdragen van een fcliandelgen en pijnlijken dood, heeft onze Heer op de krachtdadigfte wijze ons geleerd, ten beste van anderen ons zeiven te verloochenen , en zedelijke braafheid van gedrag, en gods goedkeuring, boven alle aardfehe genietingen, te waarderen.

Ten tiide van onzes Héeren verfchijning op aarde» was de joodfche Godsdienst, even als een korenveld met onkruid begroeid, door menigvuldige overleveringen, valfche uitleggingen en averegtfche verwachtingen van wereldfche magt , merkelijk "verduisterd en misvormd. Dezelfde vooroordeelen, welke tot heden toe den joden aankleven, kunnen tot eene reden dienen van dat dekfel, 't welk voor als nog hen verhindert, de vervuiling van die Schriftmirvóorzeggingen te zien, die op de komst van den Messias doelen.

Op dezelfde wijze is de fchoonheid des Christelijken Goasdiensrs merkelijk ontluisterd, en deszelfs voortreffelijke geboden en leerfteliirigën misvormd, of krachteloos gerflaakt, door de vereemjdng van de burgerlijke en kerkelijke magt. Duizend jaren, en nog meer, zijn er verlof>pen, (ints de Christenwereld het deerlijk gevolg van zulk eene onnatuurlijke zamenfpanning heeft ondervonden. Het grootïte misbruik befpeurt men in da Kerk van Rome, omdat aldaar de groótfte magt beftond. Even goed kan het lam met den Wolf verkeeren, de duif en de havik in vriendfehap Zaaien leven , als de zachtmoedig; en nederige geest des Christelyken. Godsdiensts met Priesterlijken hoogmoed en heerfchappij. voering zich kan vereenigen. Geen wonder, dat men het ongeloof zoo veel opgangs ziet maken, wanneer ver. Handige Heden den Godsdienst zoo dikmaals in magtige handen zien dienen tot een werktuig van wreedheid, eene ladder der eerzucht, eene voedfter der driften.

Gelijk het gros der menfenen zijnen Godsdienst op goed vertrouwen aanneemt, is het gevolg, dat wanneer dezelve eenmaal zich gezet heeft, zij zoo hardnekkig denzelven aankleven, als hunne leermeesters kunnen wenfehen.

Indien de menfehen niet trachtten wijs te zijn boven 't geen gefebreven is , zij zouden de Gewijde Schriften «iet verdraaijen, om dezelve hun eigen onverftand te Vv a doen

Sluiten