Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yg6 IETS OVER KEMI LAPPmArR.

eerlijke man: maar met het zelf yerkregent handelt hij naar goeddunken.

„ Dat kan ik ook wel doen!" roept de brekebeen, als'hij mannenwerk ziet. De ware meester zwijgt ftil, en — doet het.

iets over kemi lappmark , in het west-bathnisch stadhouderschap.

Kemi-Lappmark beftaat uit de kcrfpels Utsjoki ('t geen anders, ook nog van Tunetd tot TorneaLappmark gerekend wordt), Enare en Sodankyl», Kuvlajaerwi en Kuusamo; maar de twee laatfte behooren tot Uleaborg. Het ketfpel Utsjoki is 34 q"^raat" mijlen groot; deszelfs hoofdrivier is de Teno of rana, welk woord in bet Laplandsch in h« rijkeen eenen ftroom beteekenti verfcheidene ny.ereniloopmg ve uit. De kerk en marktplaats van Ut>]OKi liggen naar de waarneming van den Heer wahlenberg op

ro De handel is hier, wegens de nabijheid van verfcheidene Deenfche kooppïaatfen, van geen be'ang; fiechts een paar kooplieden uit Tornea en Noorwegen verfchijnen er. In het ganfche kerfpel wonen ongeveer «co—«o perfonen, dus 9 of 10 op de quadraat-mijl, zii bezitten om en bij de 7000 rendieren ; de Visch-Laplanders, de Predikant, de Koster, en eenige andere ambtenaren houden omtrent 32 koeijen; bovendien heeft elk Visch-Laplander 6 tot 12 fchapen. De meeste RendierLaplanders behooren tot Zweden; op de Alpruggen en nader aan de zee in Finmark wast fchier geen rendiermos- zoodat de Laplanders den winter, dat is, het grootfte gedeelte des jaars, op het Zweedsch aandeel moeten doorbrengen; op het Deensch gebied, daar en tegen, wordt beter zomervoeder gevonden aan de fappige Alpenkruiden. *n Winters kunnen de Laplanders niet langer dan vier weken op ééne plaats weiden. i« dezen tijd hebben de rendieren.al het mos eene halve 01 heele mijl in 't rond afgevreten of vertrapt. De \ Laplanders, inzonderheid de mannen, zijn moe**ei*

Sluiten