Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoone gedachten, enz. van lafontaine. 749

SCHOONE GEDACHTEN , ZEDE- EN KERNSPREUKEN VAN LAFONTAINË.

Tv, mensch verheft zich meestal onder de ilagen des I )"on?eluks, en buigt zich onder het geluk ter aarf/ ° ut de planten in den zonneicnyn ter aarde nederzinken, en onder den vallenden regen zich met kracht omhoog rigjen. _

o,„w5 moeten hij het echtouter voor hunne kinderen •rnSeer bidden, dan bij het fterfbed. Bij het fterftTvalt het kind in de handen van god; maar voof het oïiter, daar treedt het eerst regt in de wereld, en onder de menfchen.

Wil menfchen ziin voor de fmart gevormd ^ zij verririt ons hart, verfijnt onze liefde en verfiert voor ons hn graf' Waren alle menfchen gelukkig, of voorfpoedïg, er zou weinig liefde op de wereld zijn.

winterzang, bij het eindigen VAN het JAAR.

P^iet in een wolk van frisfche geuren,

Door jonge bloeifems mild gedauwd; Niet bij 't geruisch van korenhalmen, O Winter! 'm?g de lief weergalmen: Neen, 'k zing terwijl uw ('tonnen huilen

En fluimrmg 't eenzaam veld omfchauwt.

Waarom de lieve lente en zomer,

O tijd! zoo ras dit oord ontvoerd? Doch 'k wraak uw vlugt niet, jaarfaizoeneal Gon heeft verwelken en hergroenen Onfcheidbaar aan der dingen orden

Zoo wijs als liefdrijk vastgefnoevd.

De ftrootn der wisfling ruischt gods grootheid,

Natuur! gij blijft aandoenlijk fchoon. »t Geboomte prijk' met bloeieniknoppen Of donzig zilver fier' zijn toppen, Natuur! gij, fpiogel van gods aanzijn!

Gij fpreidt volmaaktheids glans ten toon.

Hoe

Sluiten