Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

— Och mallerd, wendde ze zich af. Met een vlugge beweging bewerkte ze het haar, omhing zich met een kimono.

Gerard stond weer aan het raam. Nu. hij publiek had, moest hij zijn gemoed luchten over de mooie dag, die komen ging, over de bedrijvigheid op het water en aan de wal.

— Een leuk snoet heeft dat boefje daar, zeg.

Hoorde Jo hem? Op al zijn woorden kreeg hij nauw antwoord. Bedrijvig ging ze voort de tafel te ruimen, het servies voor de morgendrank in orde te brengen. Nu piepte de salonkast, werden er glazen genomen, brood en messen.

— Miep — allo Miep — slaapkop!

Miep woelde om, maar ontwaakte nog niet.

— Miep, 't is tijd.

Nu scheen het tot de slaapster door te dringen. De oogen wrijvend kwam ze rechtop.

— Nu al?

Groot scheen de lust niet het bed te verlaten, maar toch kwam ze op de vloer.

—- Goeiemorgen allemaal, groette ze, knipperend tegen het helle licht.

Jo ging naar de keuken, waar luidruchtig het water stoomde. Er viel iets.... water kletterde.... een emmer rinkelde. ...

Miep ploeterde aan het kleine waschtafeitje. — Hè-hè, kirde ze telkens, — dat doet goed.

Gerard lachte. — Dat poetst de slaap wel weg.

— Nou — lekker! genoot Miep, wijl ze zich rozig wreef. Voor de spiegel had ze druk werk met haar kapsel dat

maar niet wilde, zooals zij verkoos. Het krulijzer moest nog dienen voor 't haar kon voldoen.

— Kleine ijdeltuit, schold Gerard,

— Plaag maar, antwoordde Miep terug, — maar dat domme haar zal zooals ik verkies.

Gerard behaagde 't onschuldige bewegen van zijn dochter, van nu toch al zeventien. Zoo kinderlijk was ze nog, zoo zonder erg. En dat kind, dat kleine vrouwtje dartelde langs de straten van Amsterdam, verkeerde in artistenkringen, waarin de onschuld zoo licht wordt besmet. Wie beter dan

Sluiten