Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIA

Mia heeft nog een laatste heel moeilijke les bij mijnheer Bartholdi. Als zij binnenkomt kijkthij haar onderzoekend aan. „Kind, wat, zie je eruit."

„Ik ga weg hier, vandaag mijn laatste les bij u." Ziezoo, dat is er uit, Goddank.

Hij trekt haar in het licht, neemt haar gezicht tusschen zijn handen en kijkt haar lang in de oogen, maar zij kijkt langs hem heen en maakt zich bruusk las.

„Laat me, laat me!"

„Dus een vlucht. Dacht je nu heusch, dat ik zoo stom zou zijn om je te laten gaan?"

Angstig staren haar oogen in zijn bleek gezicht. Haar vingers grijpen nerveus ineen. Zij slikt benauwd.

„U moet, u moet mij laten gaan, ziet u niet hoe ik eruit zie? U zult mij vermoorden als u hiermee doorgaat!"

Hij wordt nog bleeker, loopt gejaagd heen en weer in de kamer, neemt telkens een voorwerp op, om het dadelijk weer neer te zetten.

„Het is mooi, het is mooi," zegt hij verbeten.

Zij krijgt een afschuwelijken angst, dat hij haar niet los zal laten.

„Als u mij niet laat gaan, als u, o u maakt mij volslagen zenuwziek op deze manier."

„Zeg toch geen „u", kind, daar maak je mij dol mee." ,,Ik wil niks anders zeggen."

„Je vergt nogal niets van mij, om je nu zoo te laten gaan, nu ik weet...."

„Het moet, het moet, begrijp dan toch, het zou slecht

zijn en leelijk, niets mooi en u zoudt het uzelf later

nooit vergeven, denk aan uw kinderen."

Hij valt neer op een stoel. Zijn gezicht vertrekt pijnlijk, zijn oogen schitteren koortsachtig.

„Als ik alleen maar verliefd op je was, zie je, dan kwam ik er wel overheen, maar het is meer, veel meer."

Zij is verbaasd. Zou het waar zijn? Zou hij heusch zooveel meer, zooveel beter voor haar voelen dan zij voor hem? Of is dit nu een laatste poging? Als een echte vrouw maakt zij er echter dadelijk gebruik van.

Sluiten