Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORTLIED IN HET STADION

Het beenwerk en het hoofdwerk ('t koppen ook!) Zóó goed geschoold, dat zuiver evenwicht Aanschouwd wordt in de werking van 't geheel.

Dan glanst de lof van Tennis naar omhoog, Elastisch spel van gracelijke kracht, Waarin de volleys knett'ren op den grond, Muziek voor wie advantage binnenhaalt, De zinnen strak tot aanval en verweer, De lichaamslijn veerkrachtig en gerekt.

Dan krijgt het Schermen waard'gen eeregroet, Want wie bewondert niet het sierlijk werk Van degen en floret, en 't zwaard're spel Van sabel, gehanteerd door vaard'ge hand? De schijnstooten en passen bliks'men vlug Als arabesken van beweging rond, En onder 't kruisen van de waap'nen schampt Het licht in felle blinking langs 't metaal.

Het Roeien houdt den sterken rug gestrekt En de armen vaardig aan den rappen riem; Zwaar werkt de manschap in de slanke giek, En gudsend gaat langs het gespannen lijf Het zweet van arbeid; overwinningswil Blinkt ernstig op 't gelaat van 't roeierstal, En 't water maakt muziek van kabbeling Bij 't regelmatig plonzen van de plecht.

In 't Waterpolo is het één geplons, En reppend roezen door het wijkend vocht, De bal steeds heen en weer gaand met rumoer Van veel geproest en spattend waadgeplas, Totdat hij in 't gewenschte doel belandt.

En 't Zwemmenl Buit'lende dolfijnen zijn De zwemmers met hun golvingen in 't nat, Dat zij doorklieven met de stoere kracht

Sluiten