Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZIEKTE VAN JOSEFIENTJE

les in huis, dan weer koorts van overspanning, dan ligkuren. Josefïentje blééf in leven, maar als zwak, nerveus schepseltje, vatbaar voor ieder tochtje, ziek bij elke weersverandering. Toen.. ..ze was onderwijl zestien jaar geworden .... plotseling de kans scheen te keeren, zonder dat iemand bevroeden kon waarom of waardóór — ze leek eenvoudig haar kwalen ontgroeid.

Zóó werd ze, geleidelijk, een, hoewel niet sterke, toch gezonde meid. Maar één ding viel niet zoo gemakkelijk en gauw te overwinnen: de moreele gevolgen van haar aanhoudend ziek-zijn. Nü kwamen de naweeën van het stiptopgevolgde doktersbevel: ,,'t kind vooral rustig-houden, geen opwinding, in Godsnaam liever alles toegeven dan een uitputtende zenuwcrisis."

En het verwende, prikkelbare éénig-kindje was zoodoende oppermachtig geworden in huis, waar niets haar ooit geweigerd werd, uit angst voor scènes; ze heerschte door haar „zenuwen" of „kuren" als anderen het noemden. Vader en moeder berustten gelaten, al héél dankbaar dat hun lieveling vroolijk rondliep, inplaats van miezerig op een canapee te hangen.

Alleen op één punt waren ze onverzettelijk: ze gingen streng toekijken met wie ze omging. Zij zou een voornaam huwelijk moeten sluiten, want als de meeste omhoog gekomen burgermenschen hechtten ze buitensporige waarde aan „stand" en „fatsoen".

Josefientje zou „goed wat meebrengen" en mocht daarom niet te laag kijken, ze moest deftiger worden dan zij en daarom nou al uitzien met wie ze omging, zich niet „vergooien". Er werd, niet altijd met succes, druk omgang gezocht met „hoogere kringen", partijtjes gegeven ... opdat Fientje later keuze zou hebben onder „mannen van stand".

Onwillekeurig dacht vader Allink (die ook wethouder was) aan den ongetrouwden burgemeester van 't stedeke, die lichtelijk aan den drank, maar van adel was en „kaal genoeg om geld te willen trouwen".

Of als deze te oud bleek, een jong ingenieur, waar

Sluiten