Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIA

zij haar handen. O, jakkes, o, hoe kan hij, hoe kan hij zoo zijn? Hoe kan hij zooiets doen? Maar, nee, nee, arme, hij is ziek, hij kan het niet helpen. Het is sterker dan zijn wil. Hij heeft gevochten met zichzelf, zeker. Hij heeft geworsteld. Zij weet het, zij weet het! Zij herinnert zich nu als in een hellen bliksemstraal alles, wat hij gezegd heeft.

„Vindt jij het leven ook zoo moeilijk? Mia, Mia, kijk mij niet zoo aan, ik ben het aankijken niet waard. In Godsnaam, Mia!"

Hij was bang, bang dat zij van hem zou gaan houden. Bang, dat hij haar ongelukkig zou maken. O, God en zij, die dacht, dat hij ook van haar hield. Wat een inbeelding! En hij heeft haar willen zoenen! Hij heeft toen een wanhopige laatste poging gewaagd, om zich los te maken van dien ander, om onder dien invloed uit te komen, maar hij kon niet, hij kon niet! Hij is verloren, zij kan niets voor hem doen, niets!

En dan ineens breekt er iets in haar. Zij snikt, snikt zonder beheersching uit medelijden met zijn machteloosheid. Gelukkig, de verlossende tranen, anders was zij gek geworden.

„Constance," zegt Tante Lize op een morgen smeekend, „probeer jij Mia eens uit den put te halen, ik weet niet meer, wat te doen."

„Wat is er, wat heeft zij?"

„Zij is niet meer goed geweest na dat onheilsbericht over Herman. Ik denk, dat zij het zich toch sterker aantrekt dan wij gedacht hebben of er is iets anders, ik weet niet."

„Heeft zij weer hoofdpijn?"

„O, steeds door, vreeselijk! Het is nu een beetje beter, maar zij ziet er uit als een levende doode en zoo apathisch. Zij ligt den heelen dag maar boven en is niet naar beneden te krijgen."

„Ik zal eens met haar gaan praten," zegt de levenswijze Constance vastbesloten.

„Ja, maar, wacht even," Tante houd haar bij de trap

Sluiten