Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIA

gaan. Deze obsessie zal voorbijgaan, zooals alles ten slotte voorbijgaat.

Den volgenden middag is zij op weg naar Eva. Zij ademt verlicht de voorjaarslucht in. De knoppen beginnen al te zwellen. Het jonge groen komt te voorschijn. Zij moet het bosch door, aan den anderen kant woont Eva. De grond in het bosch is bezaaid met kleine, witte aconietjes, net anemoontjes. De lucht is helblauw met hier en daar kleine, witte wolken. Een warme, bedwelmende geur stijgt op uit den grond. Alles begint te leven. Mia voelt zich ineens veel vrijer en rustiger. Hè, heerlijk is het hier! Kijk, daar komt een mijnheer aan, die geniet ook van het zalige weer. Zij kijkt en kijkt en krijgt plotseling een schok. Die manier van loopen, die baard. Het is Bartholdi. Dien moest zij nu juist nog tegenkomen. Help, help, Eva help! Hij komt nader, steeds nader. Hij ook heeft haar gezien. Ineens draait zij om, vlak voor zijn oogen en draaft terug, rent een ander pad in, holt, holt door met bonzend hart tot voor de deur van Eva.

Eva heeft haar zien aankomen. Zij heeft Mia ongemerkt willen observeeren, maar dit overtreft zelfs haar ergste vermoedens. Mia, die komt aangerend met verwilderde oogen.

„Moeder," zegt Eva vlug, ,,ik neem Mia mee naar boven, ik moet eens met haar praten.

„O, goed, dokter," lacht haar moeder.

Eva doet de deur open. Mia staat voor haar, hijgend en angstig. Zij klemt zich aan Eva vast.

„Eva, Eva, help!"

Zacht neemt Eva haar bij een arm en duwt haar voor zich uit de trap op.

Mia loopt als verdoofd naar boven. Zij weet niets meer. Zij voelt niets meer. Haar beenen zijn als twee steenen pilaren.

„Kom hier, ga even liggen." Eva neemt haar hoed en mantel en strekt haar uit op den divan.

Dadelijk wil Mia weer opvliegen. Zij kijkt Eva aan met leege oogen, alsof zij haar niet herkent. Met vaste hand drukt Eva haar weer neer.

Sluiten