Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIA

Eva denkt na.

„Zoo, is hier iemand die op je zenuwen werkt?"

„Iéts, zeg ik, iéts, niet iémand," zegt Mia angstig.

„Nou, enfin, ik denk, dat ik eens mét je moeder kom praten, want ik voel mij niet verantwoord, de eerste week blijf je toch nog hier?"

„Ik denk het wel, maar kom maar niet Eva, moeder zal zich ongerust maken en dat is niet noodig."

Eva antwoordt niet.

„Dag, bedankt voor alles, hoor Eef!"

„Dag, Mia, het beste."

Eva draait zich om en Mia kijkt haar na.

Och, och, wat is zij leelijk, maar wat is zij goed!

Mia wil naar den Haag terug. Wat doet zij hier nog? Zij is steeds doodsbang Bartholdi tegen te komen. Toen zij in den Haag was, wilde zij hier naar toe en nu zij hier is, wil zij naar den Haag. Zij zal nergens rust vinden. En stel je voor, dat Eva met moeder kwam praten en zij dan heelemaal niet meer naar den Haag terug mocht gaan? Zij moet ook weer aan de studie, maar de lust en energie ontbreken geheel.

Ja, Elly, ik zal je bruidsmeisje zijn. Ik kom terug.

Moeder heeft verdriet. Er is met Mia geen land meer te bezeilen. Zij kan niet meer wennen thuis. Zij vindt het hier niet meer prettig. Och, zij is ook zoo verwend in den Haag. 't Is begrijpelijk, maar het doet pijn. En wat is er toch met haar? Zij heeft iets beleefd, de een of andere akelige ondervinding opgedaan, maar zij is altijd zoo weinig vertrouwelijk geweest.

Vader schudt zijn hoofd.

„Laat het kind maar, zij zal vanzelf wel weer terugkomen."

Nooit iets dwingen is zijn principe. Iedereen vrij laten. „Zij is geen kind meer, maar een mensch, die zelf weet wat zij wil."

Zelf weet wat zij wil? Nee, nee, vader, dat is het juist, wist ik het maar, wist ik het maar! Moeder heeft verdriet.

4

VIII

Sluiten