Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JACOB WINKLER PRINS

fel warmen dag? Wie de gitaar bouwde, waarop gij zoo heerlijk tokkelt de melodie bij het sonnet, dat ik voor u heb gedicht?

Beatrice (met nadruk): Ja, gij!

Raphael: Neen, Beatrice, ik heb weinig uit mezelf. Ik heb tot me genomen, en wat kon ik als kunstenaar anders tot me nemen dan 't geen ik zag? Wat was het? Ik stelde er weinig belang in. Hoe was het? Ik vroeg er nog minder naar. Ik voelde dat de bekoring er van over me kwam en dat was mij genoeg. En dan werd het langzamerhand 'n stuk van me-zelf; 'n brok van m'n leven; kreeg ik het lief; gaf ik me er aan met heel mijn hart, tot het saêmgegroeid was met me-zelf en ik het voelde als 'n goedsluitend kleed; als een lichaamsdeel bijna, als een orgaan; als iets waarvan ik niet meer zou kunnen scheiden zonder me te verminken, ongelukkig te maken, den dood in te gaan. (Ziet Beatrice lang en smachtend aan.)

Beatrice: O, m'n lieve, jonge vriend; O, m'n Raphael; O, roem van Italië. (Zij weent.)«

De dichter, die zijn personen zoo met leven wist te bezielen, dat hun stem klinkt als een waarachtige menschenstem, naar wier timbre men bijna-ademloos luistert, moet geleden hebben, diep en lang om zijn Kunst, maar dat lijden heeft hem gevoerd tot een ontroerende levensinwijding. De glans van het oppervlak trok hemzelf minder aan dan het mysterie der diepten, zegt hij ergens, maar wat heeft hij óók voor dat oppervlak een vereering gehad!

Men moet feitelijk «Beatrice of Rome in 1513« in zijn geheel lezen, om alle gestalten te zien, ten voeten uit: Beatrice; Paus Julius II; de Kardinalen, de groote Kunstenaars en de anderen. Zie Michel Angelo, hoog op zijn steiger in de Sixtijnsche Kapel, waar hij werkt als een geweldenaar. Naast hem staat de Kroonprins van Frankrijk, de later om

Sluiten