Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET LEVENSRECHT

had er nooit behoefte aan gevoeld. Rudolf ging nog wel een enkelen keer, vroeger, toen hij zelf nog flink was. Flink? ... Maar had zij zijn vroege sterven niet altijd zien dreigen? Ze had het ook wel niet willen zien, dat zoo hardnekkig

weggeworpen. En toch toen het meisje kwam o, ze

wilde het zichzelf wel uitspreken.... neen, het meisje had zij hem niet gegund. Was hij niet de eenige dien zij in het leven werkelijk had kunnen liefhebben? Het leven, al gaf het haar immer weelde, had haar voor haar hart niets anders gegeven dan hem.Een langen tijd van moedergeluk — dan moedersmart — had ze door hem leeren kennen, het was al wat het bestaan haar gebracht had. En was het te veroordeelen

dat zij hem dan alléén eischte? Zij had wel getracht

in zijn hart het meisje weg te schuiven, haar weg te bannen; hij moest niet trouwen. Paul had dat nu vanmorgen allemaal gezegd in zijn brief — en zij — het meisje — zou het vanmiddag zeker ook nog eens zeggen — zij ging weg —

en ook dat had ze niet gezegd. Als Rudolf toch eens

als hij langer was blijven leven en getrouwd was?.... wat dan?.... die smart!.... want hij hield van haar. Hij hield van haar.... het erge, dat zij nooit had kunnen verdragen en het soms in haar vlijmende moedersmart het laatste jaar wel had willen vermoorden. Was het te veroordeelen dat een moeder — een eerst gelukkige en dan geteisterde moeder, zóó liefhad? — dat zij haar kind eischte, geheel en al? Was dat niet haar recht, haar diep en groot levensrecht? Wat wilde men haar nu verwijten dat zij het meisje niets

kwalijk te nemen had? Kwalijk te nemen! . zoo stond

het er. „En uw geluk lag toch alleen bij hem en zou toch nooit bij haar liggen al bleef zij in uw nabijheid. Dus moeder". ... moeder, zei hij — en moeder had ook het meisje haar sinds lang genoemd — uit gewoonte — omdat ze dien naam overnam van Rudolf. Maar Paul — had hij zich ook niet te schamen dat hij.... al zoo lang.... en dat hij er

nu zoo gauw openlijk voor uitkwam? Schamen? het

was zelfs geen woord in dit geval, het was bar, ontheiligend

egoïsme. En als hij gewèten had.... hij.... de hare?

Zóu dat.... zou dat, o god? Neen, dat kon niet! — hij was

Sluiten