Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET LEVENSRECHT

gekend — of zeker geluk — ze had van hem gehouden, dat had ze bekend. Rudolf was ook door haar gelukkig geweest — tot 't laatst toe — dat kon zij als moeder niet tegenspreken, zij had het gezien — ieder had het gezien. — En dat het meisje nooit gesproken had — haar rol had doorgespeeld ,u moet niet vragen, moeder, wat dat gevergd

heeft, en u moet haar niets verwijten, zij verdient waarlijk anders. Zij bleef tot het laatste oogenblik naast u op haar post — wij hadden dat zoo afgesproken, en hoelang het ook geduurd zou hebben, wij hadden volgehouden. Het heeft lang geduurd. Maar nu eisch ik haar op — haar marteling

heeft ze te lang gedragen — zijn liefkoozingen denk

u daar eens héél stil en met eenige toegeving in. Zij is waarlijk een heldin geweest. Zoo beschouw ik het. Zij wilde zelf

ook niet anders dan dezen gang van zaken om haar

vroegere liefde voor Rudolf — en omdat hij haar noodig had. Zij staat vrij en liefdevol daar. En als u — ondanks dat — en ondanks mijn heilige overtuiging dat alles zoo goed is en wij dit geluk mogen nemen, indien u ons en onze plannen onwelwillend gezind zijt, dan verspeelt u ook mijn laatste genegenheid en zult u mij nooit weerzien. Dit zeg ik niet om u tot iets te dwingen, integendeel. Wel zijn we nooit veel voor elkaar geweest — aan wie lag het? — maar u hebt Rudolf gehad en hij is u alles geweest — behoud hem dan ook — laat ons samen het leven doorgaan. Vanmiddag zal Hetty het u zelf nog zeggen, zij wist, dat ik u op dezen dag dezen brief schrijven zou. Ik groet u, moeder, toch met de meeste hoogachting, en mocht u ons gezelschap nog eens noodig hebben of er belang in stellen hoe het ons zal gaan, wij zullen u beiden gaarne schrijven. Over een jaar trouwen wij. Voor een plaats, waar Hetty dien tijd buiten uw en haar dorp kan vertoeven heb ik gezorgd, zij moet noodig uit die omgeving weg. En wat de menschen zullen praten, u hebt uw hooghartigheid, uw trots, ik geloof niet dat ze u veel pijn zullen doen door over onze verbintenis te praten; u hoort ze niet. En mocht dat wel zoo zijn, mocht hun oordeel u hinderen om Rudolf, bedenk dan dat wij jong zijn en naar een vereeniging

Sluiten