Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET LEVENSRECHT

goed zijn als u dat wilt. Wees niet hooghartig, moeder het leven heeft u wel zoo gemaakt en niemand

verstond u, slechts ik alleen, maar nu ik ga zonder

wrok terug, moeder, en ontvang haar vanmiddag, zeg

ja, wat zult u zeggen? Mijn eene vraag: doe haar geen leed moeder, want ik heb haar liefgehad.

Zoo had zij aan het graf gestaan en het was wonderlijk stil in haar geworden, het was als gaf een nog niet verzorgd graf zooveel te denken en.... toe te geven. Zij was hier gekomen met haar gekrenktheid, haar gekwetsten trots; men noemde haar hooghartig, zij wist het, zij wilde zoo zijn, zij achtte de menschen verre onder zich. Zij heette lastig voor het personeel, zij ontsloeg ze snel, tot dat haar was gaan vermoeien en zij nu maar veel lijdelijk aanzag, ze voelde ook.... dat ze oud werd. In ouderdom zou ze alleen staan. Tegenwoordig vergunde ze

het personeel wel eens een woord in haar aangelegenheden te spreken, maar zij, die reeds lang bij haar waren, durfden dat niet. Die Bertha, uit een gewonen dienst gekamen, durfde het. Maar toen zij na haar strijd en leed op het kerkhof in den auto stapte en Reinders haar zoo beleefd hielp? Hij zei niets, dan alleen: gaat mevrouw naar huis? — En had hij nog maar gezegd, gevraagd: hoe was het waar mijnheer Rudolf ligt? — kón mevrouw het nogal goed vinden? — Maar hij zei niets — en hij reed haar naar huis. Voorbij de woning van het meisje ging zij

weer, maar zij keek ook nu niet, omdat omdat Zij

zat slechts starend als een beeld in haar weelderigen wagen.

Thuis sloot ze zich lang in haar kamer. En Bertha moest wel drie keer komen zeggen dat de lunch gereed stond.

Nu blafte de hond — neen, de hond huilde, en als de hond zóó huilde, dan was het meisje het tuinhek ingekor men en had zich eerst naar het hondenhok gespoed. Dat deed zij altijd. Het was Rudolf's hond die daar lag. Hij miste zijn meester nog. Maar het meisje was er nu, het meisje dat vroeger met zijn meester wandelde, waarbij hij

Sluiten