Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

personne. Deze idealist lijkt mij den man qui lait payer pour sa personne. Voorloopige diagnose hoor: ik ken den patiënt inderdaad alleen maar in abstracto. Maar een onbaatzuchtig mensch doet anders. En dit wil ik je in elk geval zeggen: dat militante idealisme van ma en jou, tegenover Anton, die je voortdurend aanvalt omdat hij anders is — dat is vast niet ideaal. Achtervolg een ander niet met jouw idealen, laat hem de zijne, probeer hoogstens — als je dat met de uiterste tact kan — hem de zijne te helpen ontdekken en probeer verder, van je eigen leven te maken wat er voor goeds van te maken valt. Jullie zijn plus idéalistes que 1'Idéal. Jij gelooft in dien meneer Marcel, maar ik geloof dat je 't mis hebt. En dat jij Anton's leven verzuurt met die aanbidding (zeer fel) — want dat doe je, dat heb ik genoeg aan hem gemerkt — dat vind ik — ronduit gezegd — 'n schandaal! Jij laadt een heele verantwoording op je, Meta. (met krachtig ernstigen nadruk) Het is makkelijker, een gezin uit elkaar te halen dan het bijeen te houden — of — een breuk te herstellen. Jij bent hard bezig Anton's groote elasticiteit te forceeren. (bijna dreigend) En — denk aan je kind!

META (gepiqueerd). Ben je klaar?

JAN. Ja.

META. Merci! (wil heen gaan).

JAN (hartelijk). Laten we er den vrede niet om verstoren. Is Ellen nog niet thuis?

META (stroef beleefd). Ze komt dadelijk, van pianoles. Wil je je wat verfrisschen vóór tafel?

JAN. Graag. (Samen af).

7e T o o n e e 1. ANTON, ELLEN (eenvoudig au fond, met iets geëxalteerds. Nog met mantel en hoed).

ANTON. Ik hoorde praten bij de voordeur. Bracht Kees je thuis?

ELLEN. Ja, papaatje.

ANTON. Zoo, zoo, dat gebeurt nog al eens, hè? ELLEN. U vindt het toch goed? Zelfs bijzonder goed.

Sluiten