Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

koorden, om den voorhang te sluiten. Maar eer hij zijn voornemen uitvoeren kon, barstte Anna los met een lang ingetoomde energie. „Arme Leo! hoe verschrikkelijk eenzaam moet het nu op 't kerkhof zijn!" declameerde zij pathetisch — en schrok meteen van den onbedoelden indruk, dien deze woorden maakten. Erica sidderde en bedekte kreunend het gelaat met de handen. De planter schoof onmiddellijk de gordijnen dicht. De intieme huiskamer-gezelligheid was hersteld.

Op hetzelfde oogenblik trad Willem Goedeman binnen. Hij bracht een portret mee, dat hij van Leo geschilderd had en zette het op een stoel. Daarna speldde hij de lampekap wat hooger, zoodat het volle licht op zijn schepping viel. Het was ongetwijfeld een knap stuk werk, waarin een vaardig, technisch volmaakt talent zich uitsprak. Strenge monumentale lijnen, een stoere gebeeldhouwde kop! De compositie was van een strakken eenvoud, bijna nuchter; zij imponeerde door soberheid en kracht. Alleen de kleuren waren wat koel, misten de noodige warmte. Er ontbrak een kleinigheid, men wist niet wat, een subtiele nuance misschien, die het genie van den schoolmeester onderscheidt. Het zou onrechtvaardig zijn geweest om te zeggen, dat het gezicht niet leek, maar de gelijkenis was enkel in uiterlijke vormen vastgelegd. De innerlijke vlam, die alle onderdeelen doorlichten moest, brandde niet, smeulde slechts even, hier of daar.

„Prachtig, Willem, prachtig!" verkondigde Anna in extase. „Ik wist niet, dat je bezig was Leo te schilderen. Waarom heb je dat niet verteld, mijn jongen?"

Zij bloosde van opwinding, want zij loog. Inderdaad was zij voortreffelijk ingelicht. Zij kende den opzet der schilderij en in al zijn verschillende phasen had zij het werk bewonderd. Dienzelfden middag nog had zij uitvoerig met haar man over het portret en zijn bestemming gesproken. Maar zij hield zich thans onwetend, omdat zij door de spontaneïteit van haar oordeel de anderen hoopte te beïnvloeden. Daar er echter niemand met haar opgetogen verrukking instemde, keerde zij zich bijna instinctief naar Erica en vroeg vleiend i

„Vindt jij het ook niet schitterend, liefste?"

Sluiten