Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHARLES BAUDELAIRE

DE WERELD IN EEN HAARTOOI.

Laat mij lang, lang den geur uwer haren inademen, er mijn gelaat in dompelen, als een van dorst versmachtende in het water van een bron en ze met mijn hand bewegen, als een geuren-doortrokken zakdoek, om erinneringen te schudden in de lucht.

Zoo ge weten kondet wat ik zie, al wat ik gevoel, alles wat ik hoor in uwe haren! Mijn ziel gaat wiegelen op geur, als de zielen van andere menschen op muziek. Uw haren bevatten heel een droom vol vaartuigen en allerhand getuigde masten; zij bevatten groote zeeën, wier passaatwinden mij voeren naar de bekoorlijkste luchtstreken, waar de ruimte blauwer en dieper, waar de dampkring welriekend is door de vruchten, door de bladeren en door de menschenhuid.

In den oceaan uwer haren zie ik in ver verschiet een haven, bont-geluidend van weemoedige zangen, stijgend uit het gewemel van kloeke mannen aller naties en uit allerlei-vormige vaartuigen, uitsnijdend hun fijnen en ingewikkelden bouw op een onmetelijke lucht, waar eeuwige warmte hoogtij viert.

In de streelingen uwer haren weervind ik de kwijningen der lange, op een divan doorgebrachte uren in de zitkamer van een schoon vaartuig, gewiegeld door de nauw-merkbare slingeringen van de haven, tusschen potten met bloemen en de verfrisschende koelvaten. In het gloeiende brandpunt uwer haren, adem ik den geur van tabak, doortrokken met dien van opium en suiker — in den nacht uwer haren zie ik schitteren de oneindigheid van het tropische hemelblauw. Op de donzige oevers van uw haartooi bezwijmd ik mij met de gemengde geuren van muskus, teer en cocos-olie. Laat mij lang bijten op uw zwarte tressen. Wanneer ik mijn tanden zet op uwe elastische, weerstrevende haren, is het mij of ik erinneringen eet.

Sluiten