Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

nen. Ditmaal echter boog zij het hoofd, vouwde de handen en zweeg nadenkend. Een poos later stond zij op, kuste moederlijk den kunstenaar en sprak plechtig de beteekenisvolle woorden:

„Ik moet hier blijven, Willem. Want ik ben hier noodig."

Het waren zulke onverwachte wendingen, die den schilder het hevigst enerveerden. Na de felle woordenwisseling verontrustte hem de onnatuurlijke kalmte van haar stem. Hij schrok, verloor zijn zelfbeheersching, begon te stotteren en — onderwierp zich. Waartoe Anna echter op Veldzicht noodig was, dat scheen hem een duister en bedenkelijk probleem. Hij vreesde, dat zij een dwaasheid zou begaan, en met een waar fatalisme wachtte hij zijn noodlot af. Ofschoon hij ongetwijfeld opstandig zou zijn geworden, indien hij geweten had, dat zijn vrouw den planter wilde ontmaskeren. Want voor den suiker-magnaat ondervond hij — zooals trouwens voor alle menschen — een buitengewone sympathie, die niet verminderd werd door het feit, dat zijn schilderijen bij den norschen, tanigen kapitalist maar weinig aftrek vonden.

(Wordt vervolgd.)

Sluiten