Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTON PIECK

iwart-wit prentjes en kleurrijke teekeningen, met levendige iantasie gecomponeerd.

II. De jaren van vinden en bereiken (1921—1929).

Wat ontbrak Pieck, vóór hij Timmermans leerde kennen? Geestdrift brandde wel in zijn gemoed. Aandacht, toewijding, geduld maakten het hem mogelijk, nauwgezet af te beelden, wat hem buiten, in de stad en binnenskamers bekoorde. Teekenvaardigheid had hij zich door een tienjarige studie eigen gemaakt. De techniek van het etsen was hij meester. Ook was zijn hand bekwaam voor de houtsnede. Hij had zich gevormd als grafisch vakman. Maar de prachtige durf, zich frank te laten gaan, was er niet, of bleef te zwak in werking. Pieck's paard stond gezadeld en getuigd, hij zat er op, maar reed niet of al te voorzichtig en stapvoets, 't Ging alles zoo makjes. Hij teekende honderden dingen. Elk oogenblik werd benut. Ér is een woordenboek te maken van al de dingen, die men tegenkomt bij het doorzien van zijn tallooze schetsen en teekeningen. Maar die afteekeningen van de alledaagsche wereld zijn nog geen kunst, al toonen zij een teekentalent, dat met de jaren zich ontwikkelt, en snel en vlot het waargenomene noteert en het karakteristieke der voorwerpen vertolkt. Dit natuur teekenen wordt steeds meer vereenvoudigd, zoodat in zoo weinig mogelijk lijnen en enkele rake tegenstellingen in wit-en-zwart de herinnering aan het geziene is vastgelegd. Daardoor is zoon teekening vaak reeds een compositie met artistieke groepeering der onderdeelen. Maar 't leeft te weinig en is niet vurig en spontaan genoeg, 't Nieuwe der herschepping komt pas daarna in de ets of houtsnede, die echter te vast zitten aan die voorteekening. 't Blijft te veel van buiten af en is te weinig van binnen uit. 't Prettige van het zich laten gaan, ontbreekt meestal. Er is geen heerlijkheid van vlucht. De vogel heeft vleugels, maar blijft op het nest zitten en meet de ruimte niet. Pieck ziet naar anderen. Bewondert te veel. Vindt, wat anderen

Sluiten