Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTON PIECK

den, zich dagelijks offeren op het altaar van zijn kunst, is zijn doel. Daar zont een ideaal over zijn geest. En al is het nog een schijning door de wolken, zijn ziel leert opzien. Hierdoor komt meer en meer in zijn prent, en later ook in zijn schilderij, een wijze bezonnenheid, 't Contemplatieve van Pieck's natuur wordt door loutering gezuiverd van de romantische droomerij. In dit meditatieve vond hij ook in Timmermans een verwanten geest, die wel over hem uitstortte de gutsingen van zinnelijke levensgenietingen, maar hem óók binnenleidde in de paradijsstilte van zijn schoon Begijnhof. Ook hierdoor werd de Lierenaar een geestelijke kracht ten goede.

Doch eerst moest het groot gerucht van Pallieter over Pieck heenvaren! En door het boek èn door het beleven van het Vlaamsche volksleven zélf. Dan zal er gefeest en muziek en gewuif van vlaggen en banieren in zijn levensverbeelding komen! Dat beleven van de jolijt in de stedekens van Vlaanderen gebeurt evenwel echt op zijn Pieck's: er middenin staan, zooals Jan Steen dat deed; zijn vermaak en genoegen hebben aan al de feestende vreugden van oud en jong, rijk en arm, van al wat springt, danst, eet, drinkt, kijkt en geniet van het vluchtig wereldsch genot; het plezier van mannen, vrouwen en kinderen glimlachend meegenieten met een blij hart zonder zuurkijkerij; het vreugdevolle van de woelende menigte door de deuren van zijn gemoed als een geur van geneugte naar binnen laten wierooken.... zonder zelf lichamelijk mee te doen. Hij zelf is geen pretmaker. In het luidruchtigst gejubel bij het geschetter der fanfares van de muziekmaatschappijen ter opluistering van de processies en kermissen, waarbij het Vlaamsche volkshart opengaat voor alle blijdschappen, blijft Pieck de kunstenaar, die rustig observeert en objectiveert en zijn aandoeningen voortdurend controleert en registreert, zonder dat zijn emoties verdorren in die bezinning. Zijn beleven, doorleven en meeleven van anderer vreugden wordt inleven in hun bestaan, terwijl de scheppende krachten voortdurend de voorstellingen van wat werd waargenomen zuiveren, groepeeren, ordenen en om-

Sluiten