Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTON PIECK

dicht bij zijn school. In dit eenvoudig bestaan van eerzaam burger zonder artistieken zwier vindt hij den vrede en de rust, die hij voor zijn scheppend werk noodig heeft. In 1920 had hij te Joure een Frieschen klokkenmaker bezig gezien in diens behoedzamen arbeid en zijn werkplaats in een ets (E. 102) zorgvuldig uitgebeeld. Zoo bedoelde Pieck het voor zichzelf en zoo had hij het nu gekregen. In de klokkenmakerij van den kalmen Fries had hij gewaardeerd de vreugde van degelijk werken in eenvoud des harten. Zooals die handwerksman in toegewijden arbeid met kennis en verstand een klok maakte, die ging, zoo wilde Anton Pieck door zijn lijnkunst ook dingen maken, die met zorg en nauwgezetheid waren samengesteld. Zijn prent moest ook iets bruikbaars wezen, zij het dan niet voor het dagelijksch huishoudelijk bestaan maar voor het geestelijk leven. Iets goéd maken in de stilte van zijn atelier was geluk. En die blijdschap werd zijn deel.

In 1924 begint hij te schilderen en in den tijd van vijf jaar maakt hij 22 schilderijtjes. De verandering in zijn levensomstandigheden en het zich toeleggen op het illustreeren en het hanteeren van het penseel zijn van invloed op zijn etsarbeid. Maar dat het aantal der etsen in die zeven jaren zoo gering is, moet toch uit iets anders worden verklaard. Natuurlijk blijft van zijn vrijen tijd door het maken van houtsneden, illustraties, teekeningen in groot formaat en schilderijen minder gelegenheid beschikbaar, om de etskunst te beoefenen. Doch het aantal etsen zou zonder die levens- en arbeidsverandering ook veel kleiner zijn gebleven. De wijziging in zijn psychisch bestaan is daarvan de oorzaak. Er vindt in zijn innerlijk een geestelijke vernieuwing plaats. Men zou van een artistieke bekeering kunnen spreken. Daardoor begint Pieck na 1921 steeds meer in de diepte te werken. Hij erlangt de kracht, om zich te concentreeren. Nu komt het vele van vroeger — in de ééne ets dit aardige, in de andere dat geestige bij veel zwaks — in één enkele ets, die gezuiverd is van al het overtollig vulsel. Elke ets wordt een compleet werk.

Sluiten