Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

VI

Jenny kwam zalig gestemd thuis. Iets wonderlijks was er in haar leven gekomen, of eigenlijk, nu wist ze, dat 't reeds lang in haar leefde, maar 't schoot in een plotse, uitbundige bloei, die eerst verbijsterde, dan bezwijmelde, aleer het heerlijke in volle, reine klaarheid verrees. Ze hield van Henk, ze had hem lief. — En hij.... Dit was nu liefde.... dit moest de liefde zijn. waarvan ze wel eens las, wel eens hoorde en waaraan ze stilletjes ging twijfelen door wat de omgeving haar te aanschouwen bood. Ze voelde zich veranderd bij eenige uren geleden. Hoeveel voller, hoeveel rijker scheen haar bestaan, hoeveel zonniger en waardevoller het leven. In korte pooze rijpte ze van kind tot jonge vrouw.

Sonja — wat zou Sonja zeggen — h'r moeder — h'r oudere zuster? Aanstonds wilde ze er van spreken, omdat ze zoo vol, zoo overvol was van haar geluk, dat ze er van spreken moest. Maar toch hield ze zich in. Neen, niets zeggen — nog niet. Vooreerst zou niemand nog iets weten, zelfs die goeie Sonja niet, die zich zeker zou verheugen, als ze zag, hoe gelukkig h'r kleine Jenny werd. 't Scheen haar, dat te heerlijker haar gevoel zou opbloeien in de schut van 't eigen gemoed, dat te rijker haar leven zou worden, als nog niemand iets wist.

Voorzichtig kwam ze binnen, sloop de trap op, lettend op de zesde trede, die zoo fel kraakte. Boven geen licht. Sonja ging zeker al naar bed. Ze was ook laat, ongewoon laat. Als ze nu eens vroeg, waar ze geweest was — wat er gebeurde —

In de voorkamer niemand. De ramen stonden ver open. Er brandde geen licht. Ook in de achtersuite niet.

— Ben jij daar, Jenny?

— Ja-a.

Sonja rees overeind. Ze legde zich op de dekens, omdat ze 't bed te warm vond. In h'r kleine kamertje bij de Egelantiers, waar ze met Babet kleedde, was 't om te smo-

Sluiten